Waar kan ik terecht?
We hebben een overzicht gemaakt van organisaties waar je terecht kunt via de telefoon of chat. Dit is anoniem.
Nare seksuele ervaring?
Heb jij (online) een nare seksuele ervaring gehad of seksueel misbruik meegemaakt en heb je hulp of advies nodig? Het Centrum voor seksueel geweld (CSG)staat 24/7 voor je klaar.
Denk je aan zelfdoding?
Bel dan gratis en anoniem met 113. Zij staan 24/7 voor je klaar.
Zit je even niet lekker in je vel?
Gaat het even niet zo lekker en ben je tussen de 16 en 27 jaar? InjeBOL staat voor je klaar tussen 14:00 en 22:00 uur. Want praten lucht op!
Wil je met iemand praten?
Heb je een vraag of zit je ergens mee en ben je tussen de 12 en 18 jaar? Of je nu blij, boos of onzeker bent. We staan tussen 11:00 en 21:00 voor je klaar.
Jongerenwerk
Een jongerenwerker is er voor jou. Je kunt er terecht als je ergens mee zit, vragen hebt of gewoon even wilt praten.
Jongerenwerkers helpen bijvoorbeeld bij stress, school, thuis, vrienden, geld of andere dingen waar je tegenaan loopt. Je hoeft niet eerst een groot probleem te hebben.
Zoek online op ‘jongerenwerk + jouw woonplaats’ of kijk op de website van je gemeente om de jongerenwerker in jouw buurt te vinden.
@ease
Zit je even niet zo lekker in je vel? Al eens gehoord van @ease? Hier kan je je verhaal kwijt bij leeftijdsgenoten. Kijk voor een locatie bij jou in de buurt in Maastricht, Roermond en Heerlen.
School
Op school kun je ook hulp krijgen. Bijvoorbeeld als je stress hebt, onzeker bent, je somber voelt, weinig motivatie hebt, wordt gepest of als het thuis niet goed gaat. Je kunt praten met je leerkracht, mentor of vertrouwenspersoon.
Kijk op de website van jouw school wie jouw vertrouwenspersoon is.
Huisarts
Een huisarts is er ook speciaal voor jongeren en kan veel betekenen als je ergens mee zit. De huisarts kan naar je luisteren, meedenken en doorverwijzen. Vanaf 16 jaar heeft de huisarts een medisch beroepsgeheim. Ze mogen je ouders dan niet inlichten over je gezondheid of problemen, alleen met jouw toestemming.
Gemeente
Ook je gemeente kan je helpen. Bijvoorbeeld bij problemen thuis, stress, somberheid, angst, geldzorgen of problemen op school.
Ga naar de website van jouw gemeente en zoek op ‘jeugdhulp’, ‘hulp voor jongeren’ of ‘zorg en ondersteuning’.
Praten met iemand die hetzelfde heeft meegemaakt
Wil je praten met anderen die iets soortgelijks meemaken? Bij een groep ontmoet je mensen met vergelijkbare ervaringen. Je kunt ervaringen delen, elkaar steunen en van elkaar leren. Er zijn groepen over verschillende onderwerpen, bijvoorbeeld mentale klachten, geaardheid, relaties, rouw en verlies en verslaving
Bekijk de groepen op Zelfregietool.nl en zoek op onderwerp of regio. Er zijn ook online groepen.
Ik voel me alleen
Als iemand hetzelfde mee heeft gemaakt kan diegene zich goed in jou verplaatsen. Via de website zelfregietool.nl kan je informatie vinden over verschillende onderwerpen. Je vindt er informatie en tips én je kunt in contact komen met iemand die hetzelfde heeft meegemaakt of deelnemen in een groep.
Ik heb schulden
Heb je schulden (klein of groot) en weet je niet hoe je dit moet oplossen? Social Debt staat klaar voor jongeren met schulden. Met een slimme app lossen zij je schulden af en helpen je stap voor stap om weer grip te krijgen op je financiële situatie. Zonder boetes of verhogingen.
Ik zit niet lekker in mijn vel
Ben je tussen de 16 en 25 jaar en zit je al een tijdje niet zo lekker in je vel? Heb je last van sombere buien en geen zin om dingen te doen? Wil je leren wat je zelf kunt doen om je beter te voelen en weer lekkerder in je vel zitten? Op de website ‘grip op je dip’ vind je tips en een online test.
Ik heb gedachten over zelfdoding
Ben je tussen de 18 en 30 jaar en voel jij je rot, slecht, klote, kut, … Denk je er zelfs wel eens aan om een eind aan je leven te maken? En weet je niet waar je hulp kunt vragen om hierover te praten? Op de website ‘ikvoelmerot’ vind je meer informatie over waar je terecht kunt en hoe zij je kunnen helpen als je het niet meer ziet zitten.
Ik kan niet omgaan met geld
Bij het Nibud helpen ze je verder om een goed overzicht te krijgen van je financiën. Je kunt er gratis hulp vragen. Hoe je slim kunt sparen en schulden kunt voorkomen.
Ik maak me zorgen over kindermishandeling
Ben je tussen de 10 en 18 jaar en zijn er situaties waar je je niet prettig bij voelt. Er kan sprake zijn van kindermishandeling. Via de app CARE-FREE krijg je meer inzicht in de soorten kindermishandeling, of je je nu zorgen maakt om jezelf of iemand anders. Je vindt er tips en hulp.
Ga naar CARE-FREE
Ik ben op zoek naar hulp voor iemand anders
Voor professionals hebben we een speciaal aanbod ontwikkeld met allerlei tools en hulpmiddelen.
Fay (18): “Ik wilde niet dat iemand mijn problemen oploste, ik wilde dat iemand begreep dat het echt was”
TW: Dit verhaal gaat over depressie en zelfbeschadiging. Sommige onderdelen kunnen confronterend zijn. Lees alleen verder als dat goed voelt. Hulp nodig? Kijk op 113.nl
Fay is 18 jaar en kijkt terug op een periode waarin ze na veel moeilijke gebeurtenissen in haar leven in een diepe depressie terechtkwam. Het werd een periode waarin bijna alles zwaar voelde en waarin ze steeds verder van zichzelf verwijderd raakte.
“Tijdens die periode voelde ik me eigenlijk bijna de hele tijd somber en leeg. Het was alsof er een zware deken over alles heen lag.” Dingen waar ze normaal plezier uit haalde zoals haar make-up doen of iets simpels zoals een film kijken, gaven haar steeds minder energie. Ook gewone dagelijkse dingen werden steeds moeilijker. Zichzelf verzorgen, klusjes in het huishouden en het naar werk gaan werden steeds grotere uitdagingen. Ze voelde zich vaak verdrietig, hopeloos en overweldigd. “Ik had het gevoel dat ik vastzat en niet wist hoe het beter kon worden.” Ook trok ze zich steeds meer terug en had ze soms het gevoel dat ze anderen tot last was.
“Ik wilde vooral dat mensen zagen dat ik aan het vechten was”
Een van de moeilijkste dingen voor Fay was dat ze zich niet altijd begrepen voelde. Ze merkte dat mensen soms dachten te weten wat ze voelde of welke keuzes ze moest maken, terwijl ze zelf nog zoekende was. “Mijn ouders vertrouwden niet altijd op mijn eigen keuzes en dat botste soms.” Voor Fay ging steun niet over iemand die haar problemen oploste. Ze had vooral behoefte aan erkenning en begrip. “Ik had geen gebroken been of gebroken arm. Zodra je niet fysiek ziet dat er iets is, nemen mensen je soms minder serieus. Maar van binnen was ik enorm aan het worstelen.”
“De eerste stap zetten is vaak het moeilijkste”
Fay was al in behandeling bij een zorginstelling. Vanuit daar kon snel extra hulp worden ingezet, wat haar hielp. Toch begrijpt ze waarom veel jongeren moeite hebben met hulp vragen. “Veel jongeren zijn bang om niet serieus genomen te worden. Ook weten ze niet altijd waar ze terechtkunnen of lopen ze tegen lange wachttijden aan.” Zelf zocht Fay ook naar informatie over wat ze voelde. Nadat haar depressie werd vastgesteld, wilde ze vooral begrijpen wat er met haar gebeurde. “Hoelang duurt het voordat ik me beter voel? Wanneer wordt het weer normaal? Dat soort vragen had ik.”
“Soms zijn het juist de kleine dingen die het verschil maken”
Tijdens haar moeilijkste periode was de steun van haar vriend heel belangrijk. “Hij haalde me vaak echt uit bed, zorgde dat ik mijn tanden poetste en waste mijn haren als het zelf te zwaar was.” Voor Fay waren dat geen kleine dingen. Juist op momenten waarop alles te veel voelde, hielpen die gebaren haar om weer een stapje vooruit te zetten.
“Ik leerde dat praten beter helpt dan alles binnenhouden”
Een belangrijke verandering voor Fay was dat ze leerde praten over wat er in haar omging. “Eerst deed ik mezelf altijd pijn. Later heb ik dat kunnen omzetten in praten met mijn dierbaren.” Door woorden te geven aan haar gevoelens ontdekte ze beter waarom bepaalde dingen zo zwaar voelden. Ze hoefde niet alles alleen te dragen.
“Herstellen gaat niet in een rechte lijn”
Fay weet inmiddels dat herstel niet betekent dat alles meteen goed gaat. “De ene dag voel je je beter, de andere dag nog slechter. Die dagen heb je.” Ze probeert dicht bij zichzelf te blijven en te accepteren dat niet iedere dag hetzelfde hoeft te zijn.
Wat Fay wil meegeven aan andere jongeren
“Je staat er niet alleen voor. Er is hoop, ook als je je bed niet uitkomt. Soms is dat kleine beetje hoop al genoeg om weer een stap te zetten. Kleine stapjes zijn uiteindelijk het grote werk.” Volgens Fay begrijpen sommige mensen nog onvoldoende hoeveel jongeren kunnen meemaken. “Veel mensen denken dat jongeren nog geen levenservaring hebben of geen pijn kunnen hebben. Maar als we elkaar serieuzer nemen en beter proberen te begrijpen, komen we allemaal verder.”
Dilana (21): “Ik dacht dat ik alles zelf moest dragen”
TW: Dit verhaal gaat over seksueel geweld, pesten en mentale klachten. Sommige onderdelen kunnen confronterend zijn. Lees alleen verder als dat goed voelt. Hulp nodig? Kijk op 113.nl. of op Centrum Seksueel Geweld
Dilana is 21 jaar en kijkt terug op een periode waarin meerdere ingrijpende gebeurtenissen samenkwamen. Ze werd vroeger gepest op school, kreeg te maken met seksueel geweld. Ze had daarnaast moeilijke ervaringen binnen haar familie. Alles bij elkaar zorgde ervoor dat haar mentale gezondheid steeds verder achteruitging.
“Ik voelde me helemaal niet fijn in mijn vel,” vertelt ze. “Ik durfde niet naar buiten, durfde geen contact te maken met mensen. Het was zelfs zo erg dat ik niet eens alleen naar de winkel durfde.” De nachten waren voor haar het zwaarst. Overdag lukte het soms nog om afleiding te vinden, maar zodra het stil werd, kwamen de herinneringen terug. “Dan maakte ik alles opnieuw mee in mijn hoofd.” Daardoor sliep ze nauwelijks en voelde ze zich steeds uitgeputter.
“Ik schaamde me, dus ik zei bijna niets.”
Hoewel Dilana wist waar ze hulp kon vinden, vond ze het moeilijk om die stap te zetten. Niet omdat er geen mensen waren die wilden helpen, maar omdat schaamte haar tegenhield.
“Er waren genoeg mensen die me konden helpen, maar ik durfde er bijna niets over te zeggen.” Dilana denkt dat veel jongeren dat herkennen. Angst om niet geloofd te worden of niet serieus genomen te worden kan een grote drempel vormen. Ze probeerde te praten met familie en vrienden, al kostte dat veel moed. Aan de buitenkant was niet altijd zichtbaar hoe slecht het ging. “Ik denk dat mensen signalen hadden kunnen zien, maar ik kon het best goed wegstoppen.”
Wat uiteindelijk wel hielp, was dat mensen echt luisterden. “Ze namen me serieus in wat ik vertelde en wat me dwarszat.” Dat gevoel van gehoord worden maakte een groot verschil.
“Toen ik begon te praten, voelde ik me niet meer alleen.”
Langzaam ontdekte Dilana dat ze problemen niet alleen hoeft te dragen. Een belangrijke les die ze meenam uit die periode, is dat het helpt om eerder te praten over dingen die je bezighouden.
Ook de steun van haar vriend gaf haar kracht. “Als ik bij hem was, voelde ik weer een beetje licht. Dan zag ik weer hoop.” Toen Dilana uiteindelijk meer durfde te delen over wat er speelde, merkte ze hoe belangrijk steun kan zijn. Haar familie luisterde naar haar verhaal en stond voor haar klaar. Dat gaf haar een gevoel van veiligheid en maakte dat ze zich minder alleen voelde.
Wat Dilana wil meegeven aan andere jongeren: “Als je er niet over durft te praten, schrijf het dan op. Maar houd het niet allemaal binnen. Er komt hulp, soms duurt het alleen even.” En misschien wel haar belangrijkste inzicht: “Alles heeft zijn tijd nodig. “Veel mensen denken dat jongeren zich aanstellen. Alsof we alles gewoon moeten kunnen omdat we jong zijn. Maar mentale klachten zijn echt, ook als je ze niet altijd aan de buitenkant ziet.”
Nikki (22): “Ik zorgde voor mijn moeder, maar vergat voor mezelf te zorgen.”
TW: Dit verhaal gaat over huiselijk geweld, onveiligheid en bedreiging. Lees alleen verder als dat goed voelt. Kijk op Veilig Thuis wat je kan doen bij een onveilige thuissituatie.
Nikki groeide op in een gezin waarin alcoholverslaving een grote rol speelde. Haar biologische moeder dronk jarenlang te veel, al merkte Nikki dat pas echt toen ze ouder werd. Rond haar achttiende escaleerde de situatie. Haar moeder raakte vermist, werd opgenomen na een crisis en Nikki voelde zich ineens verantwoordelijk voor alles.
“Ik was heel eenzaam in die tijd. Mijn stiefvader zat in de ontkenning en mijn moeder had zelf zoveel problemen dat ik eigenlijk voor haar moest zorgen.” Alsof dat nog niet genoeg was, zat Nikki tegelijkertijd in een manipulatieve relatie. Ook haar andere moeder, met wie ze altijd een goede band hield, werd ernstig ziek. Alles gebeurde in dezelfde periode.
“Ik stond altijd in de overlevingsstand.”
Jarenlang ging Nikki door zonder stil te staan bij wat al die gebeurtenissen met haar deden. Pas toen er thuis meer rust kwam, merkte ze hoeveel spanning ze had opgebouwd.
“Toen de rust eindelijk terugkwam, stortte ik eigenlijk zelf in. Ik kreeg paniekaanvallen, voelde me somber en had nergens meer energie voor.” Simpele dingen zoals douchen, tandenpoetsen of uit bed komen werden steeds moeilijker. Ze stopte tijdelijk met werken en zocht hulp.
“Hulp vragen heeft mij echt verder geholpen.”
Nikki kwam uiteindelijk terecht bij verschillende hulpverleners. Niet iedere behandeling sloot meteen aan, maar ze bleef zoeken totdat ze de juiste ondersteuning vond.
“Ik heb geluk dat ik mensen om me heen heb die mij serieus nemen. Zodra ik aangeef dat het niet goed gaat, wordt er meteen meegedacht.” Binnenkort start ze in een praatgroep voor jongvolwassenen. “Ik denk dat het fijn is om met leeftijdsgenoten te praten die ook mentale klachten hebben. Niet omdat je precies hetzelfde meemaakt, maar omdat je elkaar begrijpt.”
“Je hoeft het niet alleen te dragen.”
Door alles wat ze heeft meegemaakt, heeft Nikki geleerd hoe belangrijk het is om op tijd aan de bel te trekken. “Neem de eerste signalen serieus. Denk niet dat het vanzelf wel overgaat.” Ze benadrukt dat hulp vragen geen teken van zwakte is. “Je bent niet zwak als het even niet lukt. We maken allemaal dingen mee. De één redt het alleen, de ander heeft hulp nodig. En dat is helemaal oké.”
“Zorg ook voor jezelf.”
Aan jongeren die nu voor een ander zorgen of zelf worstelen met mentale klachten wil Nikki vooral één boodschap meegeven: “Vergeet jezelf niet. Hoe graag je ook voor iemand anders wilt zorgen, jij bent óók belangrijk. Je hoeft het niet alleen te doen.”
Achraf (16): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Achraf is 16 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt hij, “maar ik merk er nog steeds veel van.”
Alleen met mijn gedachten
Achraf is 16 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt hij, “maar ik merk er nog steeds veel van.”
In de zwaarste periode sneed hij zichzelf regelmatig. Hij praatte er met niemand over. “Ik voelde me heel alleen, omdat ik dacht dat ik de enige was die hiermee te maken had.” Hij had lange tijd suïcidale gedachten en deed ook meerdere pogingen. Thuis waren er vaak ruzies, waardoor hij zich nog verder terugtrok. “Daardoor werd mijn depressie alleen maar erger.”
“Ik wilde hen geen pijn doen met mijn depressie.”
Hoewel vrienden hem probeerden te steunen, voelde hij zich alsnog alleen. Toen zijn ouders erbij betrokken werden, sloot hij zich nog meer af. “Ik wilde hen geen pijn doen met mijn depressie. Ik merkte dat het ook voor hen zwaar was.” Het duurde jaren voordat hij er echt over kon praten en pas toen begon het langzaam beter te gaan.
Het zwaarst vond hij het gevoel dat mensen hem niet begrepen. “Ik wilde gewoon met rust gelaten worden, maar dat leek niemand te snappen.” Ouders, vrienden en docenten vroegen het goedbedoeld, maar voor hem voelde het benauwend.
Hij wist dat hij op school hulp kon krijgen, maar maakte daar geen gebruik van. “Ik wist dat het tegen mijn ouders verteld zou worden. Dat wilde ik echt niet.” Die angst zorgde ervoor dat hij helemaal geen hulp zocht.
’s Avonds, na een slechte dag, zocht hij online naar groepen met jongeren die hetzelfde meemaakten. “Vooral als ik mezelf pijn had gedaan of dat van plan was om te gaan doen.” Hij hoopte zich minder alleen te voelen en misschien met iemand te kunnen praten.
“Ik kon nog wel lachen, dus mensen dachten dat het niet zo erg was.”
Achteraf denkt hij dat de signalen duidelijk waren. “Ik kon nog wel lachen, dus mensen dachten dat het niet zo erg was.” Maar vanbinnen speelde er veel meer. Toen zijn vrienden na twee jaar docenten inschakelden, voelde dat niet als hulp. Zijn ouders werden gebeld en hij moest verplicht naar een therapeut waar hij niets zei. “Dat maakte me alleen maar meer afgesloten. ”Wat hij vooral wil dat mensen begrijpen: informatie delen zonder toestemming kan averechts werken. “Ik voelde me niet geholpen. Ik voelde me verraden.”
In die jaren leerde Achraf iets belangrijks over zichzelf. “Ik denk dat ik heb geleerd dat ik overal wel overheen kom.” Soms voelt het extreem zwaar en ziet hij het leven niet meer zitten, maar tot nu toe kwam er altijd weer een moment dat het iets lichter werd.
Kleine momenten maakten verschil. Afspreken met vrienden of iets doen met familie liet hem zien dat hij niet alleen was. “Dan geloofde ik weer even dat er mensen zijn die om mij geven.”
Wat hij nodig had? Iemand die echt begreep wat hij voelde. “Iemand die hetzelfde had meegemaakt en niet meteen dacht dat ik me aanstelde.”
“Hoe moeilijk het ook is, praat erover.”
Wat hij tegen andere jongeren wil zeggen is duidelijk: “Hoe moeilijk het ook is, praat erover.” Dat hoeft niet met iemand die je kent. Het kan ook anoniem. “Maar praat er alsjeblieft over. Mensen zijn begripvoller dan je denkt en er zijn genoeg mensen die je willen helpen.”
Volgens Achraf wordt er vaak gezegd dat jongeren overdrijven. “Omdat we nog ‘te jong’ zouden zijn voor echte problemen.” Maar mentale klachten zijn niet minder echt omdat je jong bent. Wat voor anderen klein lijkt, kan voor een jongere enorm voelen.
En misschien is dat wel het belangrijkste om te onthouden:
Ook als je nog kunt lachen, kan het vanbinnen donker zijn. En juist dan mag je om hulp vragen.
Lola (27): “Ik wist niet waar ik naartoe moest, maar ik wist dat ik weg moest”
TW: Dit verhaal gaat over huiselijk geweld, onveiligheid en bedreiging. Lees alleen verder als dat goed voelt. Kijk op Veilig Thuis wat je kan doen bij een onveilige thuissituatie.
Lola is 27 jaar en kijkt terug op een periode waarin ze zich lange tijd onveilig voelde binnen haar thuissituatie. Door huiselijk geweld en alcoholgebruik binnen haar gezin leefde ze regelmatig in angst. Vooral de nachten waren zwaar.
“Mijn moeder maakte me vaak wakker omdat er geschreeuw was. Ik hoorde alles en voelde me daardoor heel onveilig. Ik wist niet wat er ging gebeuren en moest vaak nadenken over hoe ik mezelf veilig kon houden.”
Op een gegeven moment wist Lola dat ze niet langer in die situatie kon blijven. Ze besloot weg te lopen, zonder precies te weten waar ze terecht zou komen. “Ik had eigenlijk geen idee wie ik moest bellen of waar ik recht op had. Mijn telefoon was bijna leeg en ik wist gewoon: ik moet nu zorgen dat ik veilig ben.”
Via hulpinstanties kwam Lola uiteindelijk terecht bij een opvangplek. Dat was spannend, omdat alles nieuw was en ze niet wist wat haar te wachten stond. Langzaam kreeg ze daar weer structuur en begon ze mensen te vertrouwen.
“In het begin vertrouwde ik eigenlijk niemand meer. Er was zoveel gebeurd dat ik geen keuzes meer voor mezelf kon maken. Het hielp heel erg dat er mensen waren die mij stap voor stap begeleidden.” Een gezin waar Lola via haar werk terechtkwam, bood haar tijdelijk een veilige plek. Daar vond ze rust en kreeg ze weer een dagelijks ritme terug. “Dat gaf mij heel veel. Gewoon weer een normale dag hebben, weten waar je aan toe bent en mensen om je heen hebben die voor je zorgen.”
“Ik had iemand nodig die zei: je mag hier weg.”
Terugkijkend denkt Lola dat signalen eerder gezien hadden kunnen worden. Ze had al hulp rondom zich, maar uiteindelijk moest ze zelf de stap zetten om weg te gaan.
“School deed eigenlijk niet wat ik nodig had. Ik moest uiteindelijk zelf de keuze maken om weg te lopen voordat ik de hulp kreeg die ik eigenlijk al langer nodig had.” Wat haar hielp, was dat er uiteindelijk mensen waren die haar serieus namen en naast haar gingen staan. Vooral haar vriend en een goede vriendin gaven haar kracht om door te zetten.
“Mijn vriend stond achter mij en schrok natuurlijk van de situatie. Maar hij geloofde wel in mij. Ook een vriendin zei tegen mij: je moet dit nu doorzetten. Je gaat straks vrijheid voelen.”
Die woorden hield Lola vast op moeilijke momenten. “Toen ik het zwaar kreeg, dacht ik: ik ben straks vrij. Ik word niet meer geleefd door iemand anders. Ik mag mijn eigen keuzes maken.”
“Praten helpt, ook al voelt dat soms onmogelijk.”
Door haar ervaringen heeft Lola geleerd hoe belangrijk het is om niet alles alleen te dragen. “Praat met iemand die je vertrouwt. Blijf niet verborgen achter je problemen, want door te praten kom je verder.”
Ook heeft ze geleerd om minder snel over anderen te oordelen. “Je weet nooit wat iemand heeft meegemaakt of waarom iemand bepaalde keuzes maakt. Iedereen heeft een verhaal dat je niet altijd ziet.”
Nu kijkt Lola anders naar haar leven. Ze woont zelfstandig, heeft haar eigen plek en kan haar eigen keuzes maken. “Ik ben veel rustiger en vrolijker geworden. Ik ben meer de persoon geworden die ik altijd wilde zijn. Ik kan nu zelf bepalen wat ik doe en wanneer ik iets doe.” Toch blijft haar verleden soms terugkomen. Wanneer haar stiefvader opnieuw contact zoekt of haar bedreigt, merkt Lola dat oude gevoelens weer kunnen opspelen. Op die momenten zoekt ze juist wél hulp.
“Toen ik laatst weer bedreigd werd, heb ik meteen mijn vriend en mijn begeleiding gebeld. Ik wilde niet alleen zijn. Ik weet nu dat ik mensen om mij heen heb die mij helpen.”
Wat Lola wil meegeven aan andere jongeren: “Geef niet op. Zoek steun bij mensen die je vertrouwt en blijf doorgaan. Je bent sterker dan je denkt.” Haar belangrijkste inzicht: “Je bent niet zwak omdat je hulp nodig hebt. Je bent juist sterk als je voor jezelf kiest.”
Nisa (26): “Ik droeg een masker, zodat niemand zag hoe slecht het ging”
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Nisa is 26 jaar. Als ze terugkijkt op haar tienerjaren, beschrijft ze een periode waarin er veel speelde, maar waarin bijna niemand dat echt zag. Vooral de middelbareschooltijd was voor haar ingrijpend.
Thuis ging het vaak niet goed. Haar moeder had zelf mentale problemen en reageerde haar frustraties regelmatig op Nisa af. “Er werd veel geschreeuwd en ik voelde me vaak genegeerd.” Wat er thuis gebeurde, nam ze onbewust mee naar school. Toch liet ze daar weinig merken.
”Van buiten leek het alsof alles goed ging. Maar van binnen voelde ze zich vaak alleen.
“Ik deed juist alsof ik heel zelfverzekerd was,” vertelt ze. “Ik liet mensen lachen en probeerde altijd sterk over te komen.” Van buiten leek het alsof alles goed ging. Maar van binnen voelde ze zich vaak alleen.
Op haar veertiende kwam dat allemaal tot een dieptepunt. Ze deed een suïcidepoging, iets wat voor haar omgeving volledig onverwacht kwam. “Niemand had het zien aankomen, omdat ik het zo goed verborgen hield.”
Na die poging werd ze kort opgenomen in het ziekenhuis en werd therapie geadviseerd. Toch kwam die hulp er toen niet. Nisa had eerder negatieve ervaringen met hulpinstanties en wilde niet opnieuw in dat traject terechtkomen.
“Ik wilde vooral niet dat er werd ingegrepen,” zegt ze. Ze was bang dat praten over haar situatie gevolgen zou hebben, bijvoorbeeld dat ze uit huis geplaatst zou worden. Daardoor bleef ze alles zoveel mogelijk voor zichzelf houden.
“Ik praatte het goed. Mensen accepteerden dat gewoon.”
De periode daarna voelde vaak eenzaam. “Ik had vriendinnen, maar ik praatte er niet echt over.” Als mensen vroegen hoe het ging, zei ze meestal dat het beter ging. “Ik praatte het goed. Mensen accepteerden dat gewoon.”
Langzaam begon ze zich steeds meer terug te trekken. Ze huilde veel en zocht vaker de afzondering op. Vriendschappen verwaterden en ze voelde zich steeds meer alleen met haar gedachten. Wat het extra moeilijk maakte, was dat op school vooral gekeken werd naar haar prestaties. “De focus lag op mijn cijfers en op wat niet goed ging.” Gesprekken waren er wel, maar volgens haar ging het zelden over wat er écht speelde.
“De focus lag op mijn cijfers en op wat niet goed ging.”
Achteraf denkt Nisa dat sommige mensen misschien wel signalen zagen, maar niet goed wisten wat ze ermee moesten doen. “Mijn situatie was complex. Dat is ook lastig voor een docent.” Wat ze toen vooral had gemist, was ruimte. Niet per se gesprekken die moesten, maar plekken waar ze even kon blijven, kon praten of gewoon kon zijn zonder druk.
“Soms heb je eerst ruimte nodig om te ventileren voordat je weer kunt focussen op school.”
Later ontdekte ze ook hoe waardevol het kan zijn om met andere jongeren te praten. In haar omgeving hadden meerdere meiden moeilijke ervaringen meegemaakt, zoals huiselijk geweld of seksueel misbruik. Daar spraken ze onderling wel over. “Toch zochten we daar geen hulp voor,” zegt ze. Schaamte speelde een rol, maar ook het idee dat er toch niets mee gedaan zou worden. Tegenwoordig denkt ze dat ontmoetingsplekken voor jongeren juist heel belangrijk kunnen zijn. Plekken waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten, activiteiten kunnen doen en ervaringen kunnen delen. “Niet meteen in een formele hulpverleningssituatie, maar gewoon samen.”
Na haar tienerjaren bleef Nisa lange tijd in een soort overlevingsstand leven. Ze ging door met haar leven, maar veel van wat ze had meegemaakt bleef onder de oppervlakte. Pas op haar 25e begon ze voor het eerst met therapie. “Het heeft heel lang geduurd voordat ik die stap zette,” vertelt ze. Maar die hulp maakte wel verschil. Ze kreeg meer inzicht in haar eigen emoties en leerde beter omgaan met stress en spanning.
“Ik kan mijn emoties nu beter reguleren. Vroeger raakte ik snel in paniek of werd ik boos. Nu voel ik meer stabiliteit.”
Ze ziet therapie niet als een snelle oplossing, maar wel als een belangrijke stap. “Je hoeft misschien niet volledig te ‘genezen’, maar je kunt wel leren hoe je beter met je leven omgaat.” Als Nisa terugkijkt, heeft ze één belangrijke boodschap voor jongeren die nu in een moeilijke situatie zitten. “Schaam je niet voor wat je hebt meegemaakt.”
Volgens haar begint verandering vaak bij zelfcompassie. Het besef dat je het verdient om een goed leven te hebben en rust te ervaren. “Veel jongeren leren die liefde voor zichzelf niet vanzelf. Soms moet je die echt opnieuw leren.”
Ze benadrukt ook dat het nooit te laat is om hulp te zoeken. Zelfs als iets jaren geleden is gebeurd, kan het nog steeds invloed hebben. “Misschien denk je dat het te laat is of dat het al zo lang geleden is. Maar hulp zoeken kan altijd nog verschil maken.”
En misschien is dat wel het belangrijkste wat ze heeft geleerd: Je hoeft het niet alleen te dragen. En het is nooit te laat om te beginnen met herstellen.
Lien (25): “Niemand kon mij uit die put halen behalve ikzelf”
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals eetstoornissen en depressie.
Sommige stukken kunnen confronterend zijn. Lees met zorg voor jezelf. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Lien is 25 en groeide op in een gezin waar emoties ingewikkeld waren. Haar vader was emotioneel afwezig, haar moeder juist erg aanwezig. Daardoor leerde ze niet hoe ze haar eigen gevoelens kon reguleren of begrijpen.
“Ik heb thuis nooit geleerd hoe ik mijn emoties een plek moest geven.” Haar depressieve klachten begonnen al rond haar achtste of negende. In haar tienerjaren ging ze daar op manieren mee om die haar verder van zichzelf verwijderden. Wat begon als somberheid, mondde uiteindelijk uit in anorexia nervosa en later een diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis.
Als kind en tiener voelde ze zich vaak eenzaam en verloren. “Ik wist niet waar al die negatieve emoties vandaan kwamen. Ik voelde me een aansteller.” Dat gevoel zorgde ervoor dat ze zich steeds verder isoleerde en zich daardoor alleen maar slechter ging voelen.
Er was één lichtpuntje: haar kleine zusje. “Als zij bij mij op mijn kamer zat, voelde ik me altijd lichter. Zij was echt opluchting en liefde voor mij.”
“Het voelde veilig, ook al maakte het me kapot.”
Rond haar negentiende was haar eetstoornis op zijn heftigst. Ze lag veel in bed of was obsessief aan het sporten. Ze was ondervoed en uitgeput. Haar ouders zagen haar worstelen, maar grepen niet hard in. “Het voelde alsof het ze niets kon schelen dat ik mezelf uithongerde.”
Die gedachte was pijnlijk en giftig. “Daardoor voelde ik nog meer alsof ik het verdiende.”
Online zocht ze bevestiging. Ze deed quizjes om te kijken of ze zich niet aanstelde en zocht eindeloos naar symptomen. Als ze bepaalde symptomen nog niet had, wilde ze die eerst ervaren voordat ze hulp zou zoeken.
Ze beschrijft haar eetstoornis als een haat-liefdeverhouding. “Ik kon mezelf haten omdat ik niet ‘normaal’ deed. Maar ik was ook bang dat niemand me ooit zo goed zou begrijpen als mijn anorexia dat deed. Het voelde veilig.”
Hulp vragen was ingewikkeld. Schaamte speelde mee, maar ook de lange wachtlijsten. “Als ik zes maanden moest wachten, dacht ik: dan heb ik er tegen die tijd vast geen last meer van. Of dan ben ik er misschien niet meer.”
“Niemand kon mij uit die put halen behalve ikzelf.”
Wat haar uiteindelijk echt hielp, was een harde confrontatie in therapie. Ze werd gewezen op haar eigen verantwoordelijkheid. Dat ze, zonder het zo te zien in een slachtofferrol zat.
“Ik schaamde me enorm. Maar het was ook het moment waarop ik begon te zien dat niemand mij kon redden behalve ikzelf.”
Een zin van een mentor zal ze nooit vergeten: “Ik ben zo trots op jou. Je hebt gevochten. Je hebt jezelf gered.”
Dat iemand haar volledig had gezien, ook haar donkerste kanten en toch trots was, betekende alles.
In diezelfde periode ontdekte ze iets anders over zichzelf: hoe bang ze eigenlijk was om te falen. “Ik heb geleerd dat ik doodsbang ben om te falen, zelfs in therapie. Ik wilde laten zien dat ik een functionerend en slim persoon was. Terwijl ik dat op dat moment helemaal niet was.” Ze was bang om haar emoties verkeerd uit te spreken. Bang om therapie ‘verkeerd’ te doen. Bang om tijd en geld te verspillen. Bang om zichzelf teleur te stellen. “Ik was echt voor bizar veel dingen bang.”
Pas drie jaar geleden ontdekte ze hoe weinig ruimte er voor emoties was geweest in haar leven. Tot haar 22e wist ze niet hoe woede voelde. “Ik was altijd leeg en moe geweest. Het is best eng om voor het eerst echt boos te worden als je volwassen bent.”
Wat haar helpt, is geduld. Dat vond ze bij haar partner, die naast haar komt zitten en vraagt wat ze nodig heeft. En soms helpt iets kleins, zoals een foto van haar jongere zelf. “Als ik wil terugvallen, probeer ik haar te geven wat ze nooit heeft gekregen.”
Wat Lien wil meegeven:
“Het gaat tijd kosten. Ongelofelijk veel tijd.” Patronen die je jarenlang hebt opgebouwd, breek je niet in een paar weken af.
Over mentale klachten bij jongeren zegt ze: “Vroeger droeg niemand een bril. Niet omdat mensen geen slecht zicht hadden, maar omdat er nog geen hulpmiddel was. Nu heeft bijna iedereen er één. Zo zie ik mentale klachten ook. Ze waren er altijd al, we hebben nu alleen meer woorden en kennis.”
Dat iets minder zichtbaar is, betekent niet dat het minder echt is. Alleen omdat je het verband niet ziet, betekent niet dat het er niet is.
Daan (24): “Ik wilde vooral dat iemand ons eindelijk serieus nam”
TW: Dit verhaal gaat over huiselijk geweld, onveiligheid en jeugdhulp. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Praat met iemand die je vertrouwt of kijk op de website van Veilig Thuis.
Daan is 24 jaar en deelt haar verhaal omdat zij weet hoe ontwrichtend het is als je als kind wél vertelt wat er thuis gebeurt, maar niet wordt geloofd. Jarenlang leefde ze in een onveilige situatie, terwijl hulpverlening en school niet goed zagen wat er speelde. Juist daarom vindt zij het belangrijk dat er beter wordt geluisterd naar kinderen en jongeren.
Toen Daan zes jaar was, gingen haar ouders uit elkaar. Wat volgde was een lange en ingewikkelde vechtscheiding. In die periode was haar moeder depressief en kon ze niet goed voor zichzelf en haar broertjes zorgen. Ook was er sprake van mishandeling. Daan vertelde erover, net als zijn broertjes, maar hulp kwam niet meteen op gang. “We hebben altijd wel ons verhaal gedaan,” zegt Daan. “Maar het werd niet echt serieus genomen.”
Jarenlang voelde Daan zich daardoor onveilig en onbegrepen. Niet alleen thuis, maar ook daarbuiten. “Ik voelde me heel erg onbegrepen en niet gehoord door de organisaties waarmee we spraken,” vertelt Daan. “Dat was ontzettend frustrerend.”
“Mijn moeder kon heel goed praten”
Volgens Daan duurde het lang voordat professionals zagen wat er daadwerkelijk aan de hand was. Zij denkt dat dat ook te maken had met hoe overtuigend volwassenen kunnen overkomen. “Mijn moeder kon heel goed praten,” zegt Daan. “Daardoor geloofden mensen niet wat er bij ons thuis gebeurde.”
Op school liep zij tegen iets soortgelijks aan. Daar miste ze volwassenen die zonder oordeel konden luisteren. “Ik had het heel fijn gevonden als er op school mensen waren geweest die het gewoon serieus namen,” zegt ze. “Of die geen kant kozen.”
De behoefte was voor haar in die tijd eigenlijk heel duidelijk: niet nóg meer onderzoek of nóg meer gesprekken, maar gewoon iemand die echt luisterde. “Ik wilde vooral dat wij serieus werden genomen door mensen,” zegt Daan.
“Na vijf jaar werden we eindelijk gehoord”
Pas na jaren kwam er een hulpverlener die volgens Daan echt keek, luisterde en doorvroeg. Iemand die niet alleen met het gezin sprak, maar ook thuis observeerde en haar eigen conclusies durfde te trekken. “Zij was uiteindelijk de eerste die het echt heel serieus nam en daar ook iets mee deed,” vertelt Daan.
Die hulpverlener speelde later een belangrijke rol in de rechtszaak en de beoordeling van de thuissituatie. Uiteindelijk konden Daan en haar broertjes grotendeels bij hun vader gaan wonen. “Het was een enorme opluchting dat we na vijf jaar wel werden gehoord en geloofd,” zegt ze.
Dat veranderde veel, maar betekende niet dat alles meteen goed was. Ook daarna bleef het onrustig. Er gebeurden nog veel dingen binnen het gezin en de situatie bleef ingewikkeld. Toch bleef dat ene verschil voor haar belangrijk: eindelijk was er iemand geweest die niet wegkeek.
“Ik ben er altijd over blijven praten”
Waar sommige jongeren juist stilvallen, merkte Daan dat zij bleef vertellen wat er aan de hand was. Niet omdat dat makkelijk was, maar omdat zij voelde dat er iets moest veranderen. “Ik heb het nooit heel moeilijk gevonden om het erover te hebben,” zegt ze. “Ik wilde gewoon heel graag dat het zou veranderen.”
Dat betekende niet dat ze het alleen deed. Zijn oma was in die periode een belangrijke steun. Met haar kon zij altijd bellen en zijn verhaal kwijt. “Zij wist precies wat er aan de hand was,” vertelt Daan. “Dat was echt een steunpilaar.”
Ook in andere mensen in zijn omgeving vond zij soms een uitlaatklep. Bijvoorbeeld bij vrienden thuis, of bij ouders van vrienden die wisten dat er iets speelde. Niet altijd om oplossingen te vinden, maar wel om even op adem te komen. Om niet alles alleen te hoeven dragen.
“Je hoeft het niet alleen te dragen”
Wat Daan anderen vooral wil meegeven, is hoe belangrijk het is om mensen om je heen te zoeken bij wie je terechtkunt. Dat hoeft niet meteen een hulpverlener te zijn. Soms is het al genoeg als er één iemand is die luistert, zonder te bagatelliseren of partij te kiezen.
“Zoek mensen om je heen waar je je verhaal kwijt kan,” zegt ze. “Waar je je geliefd voelt en waar je even terecht kan. Het is gewoon fijn om je verhaal kwijt te kunnen, zodat je het niet alleen hoeft te dragen.”
Zij merkt ook nu nog hoe waardevol contact is met mensen die zelf iets ingrijpends hebben meegemaakt. Herkenning helpt. Niet omdat iemand precies hetzelfde moet hebben beleefd, maar omdat je elkaar vaak sneller begrijpt. “Ik merk dat je elkaar wat beter begrijpt,” zegt Daan. “En dat je het ook beter kunt hebben over de heftige dingen die zijn gebeurd.”
Als kind maakte zij al eens deel uit van een groep met andere kinderen van gescheiden ouders. Dat vond zij waardevol. Het liet hem zien dat herkenning en lotgenotencontact echt verschil kunnen maken. “Het was heel fijn om herkenning te vinden in andermans verhalen,” zegt Daan.
“Er moet iemand zijn die echt luistert”
Inmiddels deelt Daan zijn verhaal vaker, ook met groepen en professionals in opleiding. Wat haar dan opvalt, is dat veel mensen verbaasd zijn dat een kind zo lang niet geloofd werd. Toch is dat precies de reden waarom zij blijft vertellen. Omdat zij weet dat dit soort situaties complex zijn, en omdat zij vindt dat volwassenen beter moeten leren kijken en luisteren.
Naast steun van anderen vond Daan ook houvast in sport. Dat was voor hem een manier om even uit alle spanning en het gedoe te stappen. “Sporten was voor mij echt een uitlaatklep,” vertelt ze. “Gewoon even ergens heen kunnen waar je iets anders doet dan bezig zijn met problemen.”
Terugkijkend weet Daan hoe belangrijk het is dat kinderen niet alleen worden gehoord, maar ook serieus genomen. Niet pas na jaren, niet pas als alles escaleert, maar op het moment dat ze vertellen dat er iets niet klopt. “Er moet iemand zijn die echt luistert,” is de kern van haar verhaal.
Johnny (23): “Ik dacht dat ik alles onder controle had, tot het misging”
Johnny is 23 jaar. Als hij terugkijkt op de afgelopen jaren, ziet hij hoe geldzorgen en mentale problemen langzaam in elkaar zijn gaan grijpen. Niet van de ene op de andere dag, maar stap voor stap.
Vanaf zijn achttiende gaf Johnny veel geld uit aan luxe hotels, stappen en dure kleding, het leven moest leuk zijn. Vaste lasten liet hij liggen en hij gaf structureel meer uit dan er binnenkwam. “Ik leefde alsof het altijd zo door kon gaan,” vertelt hij. De consequenties voelden ver weg. Pas later kwamen ze hard binnen. Inmiddels, in 2026, staat Johnny onder bewind.
Tegelijkertijd speelde er mentaal veel meer dan hij toen doorhad. In 2023 kreeg hij een heftige psychose. Hij zat niet lekker in zijn vel, woonde op een plek waar hij zich niet veilig voelde en gebruikte veel drugs. In het weekend stond hij tot diep in de nacht achter de bar. Rust of stabiliteit was er nauwelijks.
“Mentaal voelde ik me heel eenzaam en niet gehoord,” zegt Johnny. “Je raakt je sociale leven kwijt. Vrienden begrijpen je niet, en je begrijpt jezelf ook niet meer.” De geldproblemen voelde hij op dat moment minder. “Ik deed gewoon wat ik zelf wilde. De gevolgen schoof ik vooruit.”
Wat hij het zwaarst vond in die periode, was het gevoel zichzelf kwijt te zijn. Door de medicatie die hij slikte, voelde hij zich vlak en oppervlakkig. “Ik herkende mezelf niet meer,” vertelt hij. “Dat vond ik misschien nog wel erger dan alles wat er omheen speelde.”
“Hulp voelde als controleverlies.”
Johnny wist in theorie wel waar hij terechtkon voor hulp. Voor zijn schulden wist hij wat de mogelijkheden waren, maar hij wilde er lange tijd niets van weten. “Ik wilde zelf baas blijven over mijn geld,” zegt hij. Hulp voelde als controleverlies. Voor zijn mentale gezondheid wist hij ook waar hij moest zijn, maar de realiteit van lange wachtlijsten maakte het moeilijk om echt geholpen te worden.
Johnny ging online op zoek naar informatie. Hij hoopte verhalen te vinden van mensen die hetzelfde hadden meegemaakt. “Herkenning, maar ook oplossingen,” zegt hij. “Gewoon weten dat je niet de enige bent.”
“Op social media lijkt het alsof iedereen een perfect leven heeft. Dan voelt het alsof jij faalt, en durf je je problemen niet te delen.”
Achteraf ziet hij dat er mensen waren die hem hadden kunnen helpen. Zijn ouders bijvoorbeeld, al was dat in die periode ingewikkeld. “Mijn emoties gingen alle kanten op,” vertelt hij. “Dat maakte het contact soms lastig.” Wat jongeren volgens Johnny vaak tegenhoudt om hulp te vragen, is schaamte en angst. “Op social media lijkt het alsof iedereen een perfect leven heeft. Dan voelt het alsof jij faalt, en durf je je problemen niet te delen.”
Dat mensen signalen hadden kunnen zien, daar is Johnny duidelijk over. Vooral mentaal. Hij was vaker gefrustreerd, afwezig en minder vrolijk. “Als je erop let, zie je het,” zegt hij.
Wat hem echt geholpen heeft, is de steun van zijn stiefvader Leo. In de periode dat het mentaal slecht ging, nam Leo veel praktische zaken over. Hij hielp met financiën en het maken van afspraken. “Dat gaf rust,” vertelt Johnny. “Iemand die het even voor je regelt als je dat zelf niet kunt.”
“Eerlijk gezegd heb ik liever een gebroken been dan nog een psychose.”
De belangrijkste les die Johnny heeft geleerd, is hoe kwetsbaar mentale gezondheid is. “Dat is echt het allerbelangrijkste,” zegt hij. “Wees daar dankbaar voor.” Hij benadrukt dat simpele dingen, die voor anderen vanzelfsprekend zijn, dat niet zijn voor iemand met psychoses of schizofrenie. “Eerlijk gezegd heb ik liever een gebroken been dan nog een psychose.” En over geld is hij stellig: “Laat problemen niet opstapelen. Wees er op tijd bij.”
Momenten van hoop zaten voor Johnny in de kleine dingen. Een telefoontje met zijn vader of oma kon al genoeg zijn om hem weer even overeind te houden. “Dat gaf me kracht,” zegt hij.
Aan jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Johnny dit meegeven:
“Geef niet op. Zie het als een film: aan het einde komt het meestal weer goed. Je bent wie je bent, en jouw tijd komt nog.”
“Blijf fit en geniet van het leven, maar doe het met mate. En pas op met drank en drugs.”
Tot slot:
Wat volgens hem vaak niet wordt begrepen, is dat geldzorgen en mentale klachten iedereen kunnen overkomen. “Mensen denken soms dat we ons aanstellen,” zegt hij. “Maar problemen maken geen onderscheid in leeftijd of achtergrond.”
Lucky (21): “Ik raakte mezelf kwijt, maar ontdekte ook hoe sterk ik ben”
TW: Let op: Dit verhaal gaat over zelfbeschadiging en suïcidale gedachten. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Lucky is 21 jaar en kijkt terug op een periode die diepe sporen heeft achtergelaten. Zijn mentale gezondheid stond jarenlang onder druk, vooral in relatie tot zijn transgenderervaring. Het proces van zelfontdekking, het omgaan met maatschappelijke verwachtingen en het wachten op medische stappen zorgden voor veel onzekerheid. “Er waren momenten waarop ik mezelf volledig kwijtraakte,” vertelt Lucky. “Ik voelde me depressief, had een afkeer van mezelf en wist soms niet hoe ik verder moest.”
“Er waren momenten waarop ik mezelf volledig kwijtraakte.”
In die periode ging het mentaal zo slecht dat Lucky suïcidaal was en zichzelf beschadigde. Het laat zien hoe diep hij toen in de knoop zat met zichzelf. “Ik zat zo vast in mijn hoofd en lichaam,” zegt Lucky. “Het voelde alsof ik gevangen zat in iets wat niet klopte, zonder te weten wanneer daar verandering in zou komen.”
Het dagelijks leven voelde zwaar. Op school lukte leren en presteren nauwelijks, omdat Lucky constant bezig was met zijn innerlijke strijd. Sociale situaties, zoals feesten of drukke bijeenkomsten, vermeed hij vaak. “Ik was bang voor wat mensen van me zouden denken en ik wilde mezelf daar niet laten zien,” legt hij uit. Zelfs zijn eigen verjaardag voelde moeilijk, doordat oude herinneringen en gevoelens naar boven kwamen.
Thuis was het niet altijd veilig of steunend. Een broer stond niet achter Lucky’s transgenderidentiteit, wat zorgde voor spanning en verdriet. Nadat Lucky uitkwam als transgender verslechterde de thuissituatie verder. “Ik had behoefte aan een plek waar ik mezelf kon terugtrekken en veilig kon zijn,” zegt hij. “Maar die plek had ik thuis niet.”
Toch waren er ook lichtpuntjes. Lucky’s vriendin speelde een enorme rol in deze periode. “Zij heeft me altijd gesteund, vooral als het ging om mijn zelfbeeld,” vertelt Lucky. Ook een goede vriend stond dicht bij hem. Hun steun gaf hem het gevoel dat hij er niet alleen voor stond. Daarnaast waren zijn opa en oma belangrijk: zij accepteerden Lucky zonder voorwaarden en zagen hem simpelweg als mens. “Zij hebben me nooit anders behandeld,” zegt hij. “Dat betekende heel veel voor mij.”
“Zij hebben me nooit anders behandeld,” zegt hij. “Dat betekende heel veel voor mij.”
Hulp was er op papier genoeg: via school, werk, een psycholoog en de schoolarts. Toch voelde het alsof niets echt hielp. De kern van Lucky’s worsteling lag bij het wachten op zijn medische transitie. Dat wachten bracht onzekerheid, frustratie en het gevoel vast te staan. “Ik wist dat er stappen moesten komen, maar ik kon alleen maar wachten,” vertelt hij. “Dat maakte alles zwaarder.” Achteraf denkt Lucky dat het had geholpen als de genderkliniek sneller had gehandeld en het traject eerder op gang was gekomen.
In moeilijke momenten zocht Lucky online naar informatie en herkenning. Vooral wanneer het echt niet meer ging, bood het zoeken naar ervaringen van anderen of praktische handvatten enige houvast. Ook het contact met een andere transgender jongen was belangrijk. “Dat gesprek gaf me voor het eerst het gevoel dat iemand me écht begreep,” zegt Lucky. Hoewel anonimiteit voor hem niet per se noodzakelijk is, kan het volgens hem wel een laagdrempelige eerste stap zijn als praten spannend voelt.
Achteraf gezien waren er duidelijke signalen dat het niet goed ging. Waar Lucky als kind vrolijk en uitbundig was, veranderde dat in zijn tienerjaren volledig. Hij werd stil en teruggetrokken, at slecht, raakte verslaafd, sloeg school en werk over en was vaak geïrriteerd of boos. “Als ik nu terugkijk, waren dat allemaal tekenen dat ik hulp nodig had,” zegt hij.
Ondanks alles heeft deze periode Lucky ook veel geleerd. Hij leerde zijn emoties beter herkennen, ontdekte zijn kwaliteiten als persoon en zag hoe veerkrachtig hij eigenlijk is. “Ik had nooit gedacht dat ik dit zou overleven,” zegt Lucky. “Maar ik ben sterker dan ik toen dacht.”
Wat Lucky anderen graag wil meegeven, is dat steun en liefde vaak dichterbij zijn dan je denkt. “Je hoeft het echt niet alleen te doen,” zegt hij. “Ook al voelt het soms zo.” Kleine momenten, een gesprek, een berichtje of een update over een volgende stap, kunnen al hoop geven.
Aan jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Lucky zeggen: “Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien. Zoek mensen die je vertrouwt.”
“Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien.”
Tot slot benadrukt Lucky iets wat vaak wordt onderschat: hoe zwaar mentale klachten of geldzorgen voor jongeren kunnen zijn. “Wat voor anderen klein lijkt, kan voor iemand die erin zit enorm zijn,” zegt hij. “En mentale pijn is niet altijd zichtbaar. Je kunt er van buiten prima uitzien, terwijl je vanbinnen aan het vechten bent.”
Lucky koos bewust deze anonieme naam. Het beschrijft hoe hij zich nu voelt: dat hij zijn verhaal zonder zorgen kan delen en zichzelf eindelijk gezien voelt.
Lotte (18): “Ik dacht dat ik sterk moest zijn door alles op te kroppen”
Lotte is 18 jaar. Jarenlang kampte ze met mentale problemen die langzaam steeds zwaarder werden. Toen haar ouders rond haar achtste gingen scheiden, veranderde er veel. Haar vader werkte veel en haar moeder was vaak weg. Samen met haar broer zat ze regelmatig alleen thuis. “Het voelde alsof ik er niet toe deed.”
Het gevoel er niet toe te doen
Lotte begon haar gevoelens op te kroppen. Van binnen was ze boos, maar ze liet niemand dichtbij komen. Op de middelbare school voelde ze zich steeds eenzamer. Ze werd gepest en werd bang om naar school te gaan. Uiteindelijk begon ze steeds vaker te spijbelen omdat ze zich daar niet veilig voelde.
Toen ze de moed verzamelde om tegen haar mentor te zeggen dat iemand gemeen tegen haar deed, kreeg ze te horen dat dat niet werd geloofd. “Dat bevestigde voor mij weer dat ik er niet toe deed.” Haar vertrouwen kreeg opnieuw een klap.
De jaren daarna ging het bergafwaarts. Lotte had meerdere psychologen, maar werd steeds doorgestuurd. Dat gaf haar het gevoel dat niemand haar echt kon helpen. Er volgde zelfs een periode in een crisisopvang.
Leegte, boosheid en afstand
In die periode voelde Lotte zich vooral leeg. Blijdschap voelde ze nauwelijks meer. Ze stopte met haar hobby’s omdat het niet meer lukte en haar dat alleen maar frustreerde. Muziek was één van de weinige dingen die haar nog een beetje kracht gaf. Het gaf hoop dat het ooit beter kon worden.
Hulp wilde ze toen eigenlijk niet. Ze weigerde te praten of loog over hoe het ging. Bij een psycholoog sloeg ze dicht en werd ze boos. Online zocht ze herkenning via TikTok. Video’s van anderen die zich hetzelfde voelden gaven even het gevoel dat ze niet alleen was. Maar ze zag ook verhalen van mensen die het “erger” hadden, waardoor ze dacht dat ze zich aanstelde.
“Ik bleef in dat algoritme hangen, terwijl het me eigenlijk niet hielp.”
Thuis en op school waren er signalen genoeg. Ze zonderde zich af, zat vooral op haar kamer en was vaak boos. Ze stopte met de hobby’s waar ze eerst blij van werd. Haar ouders zagen wel dat het niet goed ging, maar Lotte voelde niet dat ze écht werd geholpen. Ze denkt dat het misschien had geholpen als er thuis meer over gevoelens werd gepraat. Tegelijkertijd weet ze niet of ze daar toen voor open had gestaan. “Als iemand vroeg hoe het ging, werd ik alleen maar geïrriteerd. Maar eigenlijk wilde ik het wél delen.”
Leren dat hulp mag
Wat haar uiteindelijk het meest hielp, was dat mensen zonder oordeel luisterden. Bij een jeugdkliniek voelde ze zich voor het eerst serieus genomen. Ze merkte dat ze niet ‘raar’ was, maar iemand die hulp nodig had en dat dat mocht. Medewerkers die zelf vergelijkbare dingen hadden meegemaakt, gaven haar hoop.
“Al zit je diep in de put, er is altijd een uitweg.”
Lotte leerde dat emoties tonen geen zwakte is. “Ik dacht dat ik sterk moest zijn door alles op te kroppen.” Nu weet ze dat het juist krachtig is om gevoelens te erkennen en te uiten, ook als dat moeilijk is.
Mensen zagen vaak een stil meisje dat weinig zei. Maar vanbinnen speelde er veel meer. “Stilte betekent niet dat er niks aan de hand is.” Praten lukte gewoon niet; het voelde te zwaar om uit te leggen wat er in haar omging. Zelfs nu vindt ze het soms lastig om nieuwe vriendschappen aan te gaan, uit angst om gekwetst te worden.
Er waren ook kleine momenten van hoop. Tijdens de intake bij de jeugdkliniek vertelde een casemanager over zijn eigen leven. Dat gaf haar vertrouwen dat ook zij kon groeien. En kleine dingen, zoals naar concerten gaan, gaven haar even het gevoel van vrijheid.
Nu kijkt ze anders naar zichzelf. Ze ziet hoeveel ze is gegroeid. “Ook al wil ik soms nog opgeven, ik ben sterker geworden dan ik ooit had gedacht.” Kleine stappen vooruit betekenen voor haar alles.
Wat ze andere jongeren wil meegeven: het is oké om hulp te vragen. Het is niet zwak, het vraagt juist moed. Zoek kleine dingen die je even goed laten voelen. En onthoud dat je gevoelens serieus zijn, ook als anderen dat niet altijd begrijpen.
“Je hoeft het niet perfect te doen. Het is al genoeg dat je het probeert.”
Jamie (22): “Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat ze je hebben aangedaan”
TW: Let op: Dit verhaal gaat over zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, seksueel geweld en onveiligheid. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Jamie kreeg op zijn zesde de diagnose ADHD. Al vroeg voelde hij zich anders dan de kinderen om hem heen. Op school werd Jamie gepest, iets wat grote invloed had op zijn mentale gezondheid. De jaren daarna werd het steeds zwaarder. Jamie deed meerdere suïcidepogingen en begon op zijn dertiende met automutilatie, het zichzelf opzettelijk pijn doen. Inmiddels is hij al zes jaar clean van zelfbeschadiging.
“Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat diegene je heeft aangedaan.”
De zwaarste ervaringen komen uit eerdere relaties. Jamie heeft twee exen gehad die hem ernstig hebben mishandeld, vooral seksueel en mentaal en soms ook fysiek. Dat heeft een diepe impact gehad op hoe hij naar mannen kijkt en hoe veilig de wereld voor hem voelt. Jamie merkt dat mensen soms denken dat hij nog niet over deze relaties heen is, omdat hij er nog over praat. Voor hem is dat anders. Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat diegene je heeft aangedaan. De trauma’s blijven, ook als de relatie allang voorbij is.
Ook nu voelt de wereld niet altijd veilig. Op straat of in het openbaar vervoer is hij vaak alert. Mannen die te lang staren, te dichtbij komen zitten of opmerkingen maken, zorgen ervoor dat hij zich onveilig voelt. Die spanning is bijna dagelijks aanwezig. Hij raakt snel angstig en krijgt last van hartkloppingen en trillende handen. Soms blijft het daarbij, soms is het heftiger.
In die periodes voelt Jamie veel angst en paniek. Wanneer hij alleen is, huilt hij het er vaak uit. Wat hem helpt, is de steun van vrienden en partner. Als hij zich slecht of onveilig voelt, kan hij ze altijd bellen. Het gevoel dat hij er niet alleen voor staat, geeft hem iets meer rust.
“Niemand wist wat er speelde.”
In die periode vroeg Jamie geen hulp. Niemand wist wat er speelde. Hij schaamde zich en durfde het niet te bespreken met mensen om hem heen. Het was zwaar om alles voor zichzelf te houden en nergens kwijt te kunnen wat hij meemaakte. Ook online zocht hij niet naar informatie of hulp. Hij zag toen niet in hoe dat hem zou kunnen helpen en hield nog te veel van zijn exen om afstand te nemen.
Achteraf weet hij dat zijn ouders hem hadden kunnen helpen, als hij het eerder had verteld. Toen hij het uiteindelijk wel deelde, grepen zijn ouders in en waren zijn exen niet langer welkom in huis. Hoewel dat op dat moment moeilijk voelde, gaf het hem ook een gevoel van rust: hij hoefde zelf die zware beslissing niet te nemen en kreeg zo de ruimte om afstand te nemen van de situatie.
Wat Jamie hielp, was dat zijn vrienden bleven luisteren, zonder oordeel. Ook wanneer hij voor de zoveelste keer over dezelfde situatie wilde praten, waren ze er. Dat gevoel van er niet alleen voor staan, maakte een groot verschil.
“Blijf doorgaan, ook als het moeilijk is.”
Door alles wat hij heeft meegemaakt, heeft Jamie ook dingen over zichzelf geleerd. Hij communiceert beter en wordt minder snel boos. Als hij nu door iets zwaars heen gaat, helpt het hem om te denken dat hij eerdere moeilijke periodes ook heeft overleefd. Dat geeft hem kracht.
Het gaat bij hem nog steeds wisselend goed en slecht. Juist de periodes waarin het beter gaat, geven hem hoop wanneer het daarna weer moeilijker wordt. Hij leeft meer van dag tot dag, met het vertrouwen dat er na slechte dagen ook weer betere kunnen komen.
Voor jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Jamie meegeven dat kleine stappen ook stappen zijn. Je hoeft niet te wachten tot alles beter voelt. Elke dag iets doen wat een beetje helpt, hoe klein ook, is genoeg. Wees trots op die momenten en deel ze met mensen die je vertrouwt.
Wat hij tot slot wil zeggen: leef elke dag zo goed als je kan, en houd daarbij ook rekening met je eigen grenzen.
Valentina (19): “Wanneer ik alleen ben, zit ik diep in mijn hoofd”
TW: Let op: Dit verhaal gaat over mentale klachten, depressie, angst en eetproblematiek. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Valentina is 19 jaar en bevindt zich in een fase waarin veel tegelijk veranderde. Een van de meest ingrijpende momenten in haar leven was de overgang naar volwassenenzorg toen ze 18 werd. Ze had al een lange geschiedenis in de jeugdzorg, door mentale klachten zoals depressie, angsten, eetproblematiek en problemen in de thuissituatie. Rond diezelfde periode ging ze ook op zichzelf wonen.
Die combinatie bleek zwaar. “De stap van intensieve begeleiding naar ineens veel zelfstandigheid voelde enorm,” vertelt Valentina. “Ik moest opnieuw leren omgaan met alleen zijn, en dat was veel moeilijker dan ik had verwacht.”
Wanneer ze alleen was, zat ze diep in haar hoofd. De stilte werd al snel zwaar. Afleiding bood weinig verlichting. “Het voelde leeg,” zegt ze. “Alsof niets echt binnenkwam.”
“Als je zelf niet goed begrijpt wat er vanbinnen gebeurt, voelt hulp vragen als een te grote stap.”
In deze periode voelde Valentina zich vooral eenzaam en verdrietig. Ze had het gevoel nergens écht terecht te kunnen op momenten dat ze iemand nodig had. Haar netwerk was klein en begeleiding was vooral binnen vaste tijden bereikbaar. Hulp vragen vond ze lastig. “Als je zelf niet goed begrijpt wat er vanbinnen gebeurt, voelt hulp vragen als een te grote stap.”
Online zocht ze soms naar herkenning. Het hielp haar om te lezen dat ze niet de enige was die hiermee worstelde. Toch merkte ze dat wat ze het meest nodig had, eigenlijk heel simpel was: iemand die luisterde, zonder meteen met oplossingen te komen. Goedbedoelde uitspraken als ‘het komt wel goed’ deden haar weinig. “Wat wél hielp, was wanneer iemand gewoon bleef zitten en echt luisterde.”
Achteraf ziet Valentina dat er signalen waren die gemist zijn. “Achter stilte of jezelf aanpassen kan juist heel veel strijd zitten,” legt ze uit. Volgens haar is het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoe iemand functioneert, maar ook om echt te vragen hoe het gaat en dat antwoord serieus te nemen.
In het begin voelde het voor haar alsof ze er alleen voor stond. “Wat ik heb geleerd, is dat je er uiteindelijk toch zelf doorheen moet,” zegt ze. Dat besef voelde eerst zwaar, maar gaf later ook kracht. “Uiteindelijk héb ik het zelf gedaan.” Ze leerde haar eigen stappen te erkennen, hoe klein ze soms ook waren.
“Uiteindelijk héb ik het zelf gedaan.”
Hoop zat voor haar vaak in kleine dingen: het vooruitzicht van een afspraak met begeleiding, een hobby, of gewoon een moment van rust. “Je hoeft je niet meteen goed te voelen,” zegt Valentina. “Even rustig kunnen ademhalen telt ook al.”
Wat ze andere jongeren wil meegeven, zegt ze heel duidelijk: Je hoeft het niet allemaal te begrijpen om hulp te mogen vragen. Je hoeft geen perfect verhaal te hebben, geen duidelijke reden en geen oplossing. Soms is ‘het gaat niet zo goed’ al genoeg om een eerste stap te zetten.
“Soms is ‘het gaat niet zo goed’ al genoeg om een eerste stap te zetten.”
Vergelijk jezelf niet met anderen. Iedereen draagt iets mee dat je niet altijd ziet. Kleine stappen tellen. Terugvallen horen erbij. Dat betekent niet dat je faalt, maar dat je mens bent.
En misschien voelt het nu alsof je er alleen voor staat, maar er zijn mensen die willen luisteren, ook als je ze nog niet kent. Blijf praten, blijf schrijven, blijf zoeken naar wat jou helpt. Jij doet ertoe. Altijd.
Eva (20): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Eva is 20 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt ze, “maar ik merk er nog steeds veel van.”In de zwaarste periode sneed ze zichzelf regelmatig. Ze praatte er met niemand over. “Ik voelde me heel alleen, omdat ik dacht dat ik de enige was die hiermee te maken had.”
Eva (20): “Hulp vragen voelt eng, maar het kan je leven echt lichter maken”
Eva is 20 jaar en vertelt haar verhaal in de hoop dat anderen zich erin herkennen en misschien net iets eerder durven te praten. Hulp vragen is moeilijk, weet ze nu. Maar zwijgen kan soms nog zwaarder zijn.
Toen Eva 11 jaar was, kreeg ze anorexia. Wat begon als controle over eten, groeide langzaam uit tot een allesoverheersende manier van leven. Haar dagen draaiden steeds meer om regels, angst en het verbergen van wat er echt speelde. Ze kwam in aanraking met hulpverlening, maar herstel lukte toen nog niet. “Je kunt niet half herstellen, niemand kan het je opleggen.” zegt Eva nu. “Maar dat besef heb je pas als je er zelf klaar voor bent. Je moet het echt zelf willen, alleen dan accepteer je hulp.”
Wat Eva ook aangeeft is dat de hulpverlening en haar omgeving alleen maar de nadruk leggen op dat het slecht ging. Er was geen ruimte of vraag naar dingen die wel goed gingen of ruimte voor hobby’s. Als meer aandacht naar het positieve gaat dan haal je ook even de aandacht van anorexia af. Want daar ben je zelf toch al dag en nacht mee bezig.
Eva ging op zoek naar meiden die ook eetstoornissen hadden. Ze kwam terecht bij online groepen waar ze in gesprek ging met andere meiden. Ze zocht herkenning, begrip en een plek waar ze zich gezien voelde. In eerste instantie leek ze die daar te vinden. Maar al snel merkte ze dat deze groepen haar eetstoornis juist versterkten. Het ongezonde gedrag werd genormaliseerd en aangemoedigd, waardoor afstand nemen steeds moeilijker werd.
“Mannen die zich voordeden als coach of mentor.”
Wat Eva toen niet kon overzien, is dat zich in die groepen ook volwassenen bevonden met verkeerde bedoelingen. Mannen die zich voordeden als coach of mentor, die deden alsof ze haar wilden helpen en begeleiden. Ze speelden bewust in op haar kwetsbaarheid, gaven ‘advies’ en bouwden langzaam vertrouwen op. “Ik was jong, ziek en zocht houvast,” vertelt Eva. “Pas veel later snapte ik dat dit niet ging om helpen, maar om controle en manipulatie.”
Tegelijkertijd begon Eva steeds meer te liegen. Over haar eten, over hoe het echt met haar ging, over het online contact. Dat liegen was geen bewuste keuze meer, maar werd een automatisme. “Ik was al zo lang dingen aan het verbergen, dat eerlijk zijn bijna niet meer lukte,” zegt ze. “Liegen voelde veiliger dan de waarheid vertellen.” De eetstoornis vroeg om geheimen, en die geheimen werden een gewoonte.
Dat maakte hulp vragen steeds lastiger. Het is heel moeilijk om iemand te helpen die enorm zijn best doet om het te verbergen. “Soms zei ik wel eens dat het niet goed ging, maar dan kreeg ik een antwoord terug waar ik niets aan had. Mensen zeiden dan, je hebt gisteren toch een boterham gegeten? Maar het gaat niet om gisteren, het gaat om vandaag, om hoe ik me nu voel en wat ik nu nodig heb.”
“De gedachtes van vandaag, zijn niet die van gisteren.”
Uiteindelijk durfde Eva voorzichtig iets te delen met een vriendin. Die luisterde zonder te oordelen of te duwen. Dat moment betekende niet dat alles ineens beter werd, maar het was wel een eerste stap naar open staan voor hulp. “Je verhaal vertellen zonder dat de ander een oordeel heeft is heel belangrijk,” zegt ze.
Op haar achttiende ging Eva naar een kliniek. Hier werd ze goed geholpen. Het ging inmiddels al veel verder dan alleen hulp voor anorexia, door alle ervaringen waren er ook depressies en trauma’s en problemen met automotulatie bij gekomen die verwerkt moesten worden.
Wat haar helpt, is het besef dat hulp vragen niet één vast pad kent. Het kan beginnen met een appje, een anoniem gesprek of één persoon die weet wat er speelt. “Voor veel jongeren is anoniem hulp zoeken een veilige eerste stap,” zegt Eva. “Zeker omdat je bang bent voor een oordeel van de ander.”
“Je liegt omdat je niet meer weet hoe je veilig eerlijk kunt zijn.”
Eva hoopt dat volwassenen en professionals beter begrijpen hoe complex dit soort situaties zijn. Dat liegen geen onwil is, maar vaak een signaal van hoe vast iemand zit. “Je liegt niet omdat je niet geholpen wilt worden,” zegt ze. “Je liegt omdat je niet meer weet hoe je veilig eerlijk kunt zijn.” Je bang bent om het enige kwijt te raken wat je je goed laat voelen en afleid van trauma’s en negatieve gedachten. Het voelt alsof hulpverlening een stukje van jou wil afpakken.
Aan jongeren die nu worstelen, wil Eva dit meegeven:
“Je hoeft dit niet alleen te doen. Ook al voelt praten eng of onmogelijk, er is altijd een manier die bij jou past. Eén iemand die weet wat er speelt, kan al genoeg zijn om het verschil te maken.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Eva’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag. Ook voor jou.
Mika (23): opgroeien met armoede, zorgen voor anderen en leren hulp accepteren
Mika is 23 jaar en woont sinds twee jaar zelfstandig. Werken of studeren lukt op dit moment niet, vanwege een chronische ziekte en mentale klachten. In het dagelijks leven vindt Mika houvast in creatieve bezigheden zoals lezen en tekenen, en in de zorg voor twee katten die door het huis zwerven. Die rust is er nu, maar die is niet vanzelf ontstaan. Daaraan ging een lange periode van onzekerheid en zorgen vooraf.
Mika groeide op in armoede. Als kind woog die situatie extra zwaar. Twee keer raakte het gezin thuisloos en woonde Mika tijdelijk in een maatschappelijke opvang, samen met moeder en een broertje. Na de scheiding van de ouders kwamen grote schulden aan het licht. Schulden die jarenlang verborgen waren gebleven, maar ineens volledig terechtkwamen bij Mika’s moeder. Zij kampte zelf met mentale problemen en had weinig steun vanuit familie of vrienden.
In die periode was er weinig ruimte voor Mika om kind te zijn. De aandacht van moeder ging noodgedwongen vooral uit naar overleven en het draaiende houden van het gezin. Tegelijkertijd maakte Mika zelf ingrijpende en traumatische ervaringen mee, waar mentale klachten uit voortkwamen. In plaats van verzorgd te worden, nam Mika al op jonge leeftijd een zorgende rol op zich. Dat gevoel van verantwoordelijkheid maakte het moeilijk om eigen behoeften en problemen ruimte te geven.
De impact van armoede werd vooral zichtbaar op de middelbare school. Terwijl vrienden spontaan de stad in gingen of samen iets aten, moest Mika steeds excuses verzinnen. “Ik wilde niet dat mensen mij anders zouden zien, of dat ik iemand tot last was.” Niet omdat vrienden onbegripvol waren, maar uit schaamte. Geen geld hebben voelde als falen. Mika was opgegroeid met het idee dat je niemand tot last mag zijn en alles zelf moet oplossen. Daardoor ontstond langzaam een kloof: niet alleen financieel, maar ook emotioneel.
Rond het elfde levensjaar kwam jeugdzorg in beeld. Op vijftienjarige leeftijd besloot Mika vrijwillig uit huis te gaan, omdat de thuissituatie te zwaar werd. Dat was een ingrijpende stap. Het voelde als ‘verraad’, en zo werd het ook ervaren door de ouders. Toch bleek het nodig om te kunnen overleven. In een instelling en later op een woongroep kreeg Mika therapie, rust en voor het eerst het gevoel begrepen te worden. Daar leerde Mika hoe het is om niet altijd degene te zijn die zorgt, maar ook zelf zorg te ontvangen.
“Als dit het leven van iemand anders was geweest, had ik meteen gezegd: ga hier weg.”
Langzaam werd duidelijk dat er meer speelde. Mika bleek autisme te hebben en later ook een auto-immuunziekte en chronische vermoeidheid. Werken en school combineren was zwaar. Door gebrek aan energie en een vangnet ontstonden schulden, vooral door achteraf betalen. Omgaan met geld is iets wat je vaak thuis leert. Dat voorbeeld had Mika niet, en dat maakte het moeilijk. Mika hield het bij noodzakelijke aankopen, maar verloor het overzicht. De stress werd zo groot en leidde uiteindelijk tot meerdere suïcidepogingen en een opname.
Het keerpunt kwam toen Mika hulp durfde te vragen. Met begeleiding werd bewindvoering en schuldsanering geregeld. De schulden zo’n 6.000 à 7.000 euro werden overzichtelijk gemaakt. Dat haalde veel druk weg. “Ik hoefde niet alles alleen te doen.”
Nu gaat het, gezien de omstandigheden, beter. Mika woont zelfstandig, heeft een steunende vriendengroep, een partner en doet vrijwilligerswerk bij Het Vergeten Kind. Ook is Mika begonnen aan een gendertransitie. “Het leven is niet makkelijk, maar wel meer in balans.”
Wat Mika andere jongeren wil meegeven: “Je hoeft het niet allemaal zelf te doen. Je bent hier voor het eerst. Niemand verwacht dat je alles weet of aankan. Kleine stappen zijn ook stappen. Hulp vragen is geen zwakte, maar soms precies wat je nodig hebt om verder te kunnen.”
“Ik trok pas aan de bel toen de emmer al lang was overgelopen.”
Ayana (24): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Ayana is 24 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt ze, “maar ik merk er nog steeds veel van.”In de zwaarste periode sneed ze zichzelf regelmatig. Ze praatte er met niemand over. “Ik voelde me heel alleen, omdat ik dacht dat ik de enige was die hiermee te maken had.”
Ayana is 24 als ze terugkijkt op de periode die haar leven voorgoed veranderde. Ze was veertien toen haar moeder plotseling ernstig ziek werd. “Mijn moeder was altijd hard aan het werk. Als ik naar school ging, was zij al weg. Dus toen haar fiets er ’s ochtends nog stond, wist ik meteen dat er iets niet klopte.”
Wat begon met onderzoeken en onduidelijkheid, eindigde in een boodschap die haar wereld deed instorten: haar moeder had een levensbedreigende auto-immuunziekte. Ayana moest zich voorbereiden op het feit dat haar moeder binnen korte tijd zou kunnen overlijden. “Dat werd gewoon even tegen ons gezegd. Maar ik was veertien. Ik kon dat helemaal niet dragen.”
“Ik spijbelde van school om alles draaiende te houden. Ondertussen was ik zelf ook depressief.”
Vanaf dat moment werd ze mantelzorger. Ze regelde medicatie, hielp haar moeder met wassen en aankleden, deed het huishouden, zorgde voor de huisdieren en nam een bijbaan om de financiën rond te krijgen. “Ik spijbelde van school om alles draaiende te houden. Ondertussen was ik zelf ook depressief.”
De verantwoordelijkheid drukte zwaar. Ayana maakte zich constant zorgen: over geld, over haar moeder, over de toekomst. “Ik was bang dat mijn moeder zou overlijden. Dat ik het huis moest leegruimen. Dat ik nergens meer terechtkon.”
Hulp zoeken bleek ingewikkeld. Ze klopte aan bij huisarts en gemeente, maar concrete ondersteuning bleef uit. Pas op haar zeventiende kwam er één uur huishoudelijke hulp per week. “Dat uur ging op aan mijn therapie. Voor de rest deed ik alles zelf. Wondverzorging, wassen, steunkousen aantrekken. Dingen die eigenlijk niet bij een kind horen.”
Toen haar moeder door een experimentele behandeling opknapte en haar moederrol weer wilde oppakken, ontstonden er spanningen. “Ik kon dat niet meer accepteren. Ik had jarenlang alles gedaan. Ik wist niet meer hoe ik ‘gewoon dochter’ moest zijn.” De angst bleef. Zelfs ’s nachts controleerde ze of haar moeder nog ademde.
“Je denkt dat het overal zo gaat. Pas toen klasgenoten vertelden over hoe fijn het thuis was, begon ik te voelen: er klopt iets niet.”
De mantelzorg stond niet op zichzelf. Ayana groeide op in een onveilige thuissituatie met psychische mishandeling en verwaarlozing. Lange tijd besefte ze niet dat het niet normaal was. “Je denkt dat het overal zo gaat. Pas toen klasgenoten vertelden over hoe fijn het thuis was, begon ik te voelen: er klopt iets niet.”
Wanneer ze probeerde te praten, werd ze niet altijd geloofd. Soms werd ze gezien als ‘het probleem’. Dat maakte haar stiller. “Je leert om te zwijgen. Om je aan te passen. Om te denken dat het aan jou ligt.”
In haar tienerjaren zakte ze steeds dieper weg in depressie en suïcidaliteit. Een jongerenwerker merkte op dat het niet goed ging. Toch veranderde er thuis weinig. “Mijn leven draaide om overleven. Mijn eigen herstel kwam niet aan bod, want ik was bang om alles kwijt te raken.”
Pas na een suïcidepoging en een periode van beschermd wonen kwam er ruimte om aan zichzelf te werken. “Dat voelde alsof ik mijn moeder in de steek liet. Maar eigenlijk redde ik mijn eigen leven.”
In therapie leerde Ayana kijken naar wat er onder haar klachten lag: trauma, angst, verantwoordelijkheid die nooit van haar had mogen zijn. Ze ontdekte hoe weinig ze eigenlijk wist over zichzelf. “Toen het eindelijk iets beter ging, voelde het als een leeg canvas. Wie ben ik zonder al die zorgen?”
“Herstel is niet mooi en niet recht. Het is rommelig. Soms zit je er middenin zonder dat je het doorhebt.”
Ze begon voorzichtig te ontdekken wat bij haar paste. Studeren. Werken. Grenzen leren voelen. Fouten mogen maken. “Herstel is niet mooi en niet recht. Het is rommelig. Soms zit je er middenin zonder dat je het doorhebt.”
Schrijven en schilderen hielpen haar wanneer woorden tekortschoten. Ook plekken waar ze ‘gewoon mocht zijn’, zoals een jongerencentrum, waren van onschatbare waarde. “Niet alles hoeft altijd over problemen te gaan. Soms is samen tafelvoetballen al genoeg.”
Tegenwoordig heeft Ayana een eigen bedrijf waarin ze trainingen en lezingen geeft. Haar ervaringen vormen niet langer haar identiteit, maar geven wel richting aan wat ze doet.
“Ik ben niet meer dat depressieve meisje. Dat is een deel van mijn verhaal, maar niet wie ik ben.”
Ayana denkt dat praten essentieel is, maar ook ingewikkeld. “Als het thuis onveilig is, kan hulp vragen spannend of zelfs risicovol voelen. Zoek iemand die je vertrouwt. Een docent, een trainer, een jongerenwerker. Iemand die met je meedenkt en zorgvuldig handelt.”
Ze benadrukt dat herstel mogelijk is. “Ook als het leeg voelt. Ook als je denkt dat het nooit anders wordt. Soms zit je al in herstel zonder dat je het ziet.”
En misschien wel het belangrijkste: Je bent meer dan wat je hebt meegemaakt. Wat er ook is gebeurd, dat hoeft niet de rest van je leven te bepalen.
Lizz (21): “Mijn leeftijd zei niets over hoe zwaar het voor mij was”
Lizz is 21 jaar. Wat ze deelt, doet ze omdat ze weet dat haar verhaal herkenbaar kan zijn voor andere jongeren. Want ook al ben je jong, dat betekent niet dat wat je meemaakt minder zwaar is.
De periode die voor Lizz het meest ingrijpend was, ontstond niet door één gebeurtenis, maar door een opeenstapeling. Ze groeide op in een onveilige thuissituatie en ging uiteindelijk uit huis. Tegelijkertijd voelde ze steeds meer prestatiedruk op haar opleiding en kreeg ze te maken met geldzorgen. Zelfstandig wonen bleek allesbehalve makkelijk. Langzaam raakte ze mentaal uitgeput en belandde ze in een diep dal. Uiteindelijk kreeg ze te maken met PTSS en een angststoornis.
“Alsof het minder erg was, alleen omdat ik jong was.”
“In die tijd voelde ik me vooral heel alleen,” vertelt Lizz. “En vooral onbegrepen.” Ze merkte dat mensen vaak niet zagen dat jongeren net zo goed heftige situaties meemaken als volwassenen. Dat haar gevoelens werden gebagatelliseerd, maakte het extra pijnlijk. “Alsof het minder erg was, alleen omdat ik jong was.”
Het zwaarst vond ze de angststoornis die ze ontwikkelde. Drukke plekken werden iets om te vermijden. Ze was constant bang voor paniekaanvallen. “Soms had ik er wel vijf op een dag,” zegt ze. “Omdat ik toen niet wist wat het was of hoe ik ermee om moest gaan, voelde het alsof mijn hele leven werd ingeperkt.” De angst bepaalde waar ze naartoe durfde, wat ze deed en hoe vrij ze zich voelde.
Ze had het geluk dat er op haar opleiding, hulpverleners rondliepen die haar de juiste richting op hielpen.
In die periode wist Lizz niet waar ze terechtkon voor hulp. Nog steeds vindt ze het soms onduidelijk waar je precies professionele ondersteuning kunt krijgen. Ze had het geluk dat er op haar opleiding, hulpverleners rondliepen die haar de juiste richting op hielpen. Zij verwezen haar door naar een noodopvang voor jongvolwassene. Ook hebben ze haar in contact gebracht met WMO, zodat ik samen met de gemeente kon kijken hoe ik op kort termijn hulp en een woning kon krijgen. Waardoor ik een mooie woning kon huren. Zonder hen had ze waarschijnlijk nog veel langer alleen doorgelopen met haar klachten.
Wat ze ook deed, was online zoeken. Ze wilde begrijpen wat er in haar lichaam en hoofd gebeurde. “Ik zocht uitleg, maar ook herkenning,” vertelt ze. “Gewoon weten dat je niet de enige bent, helpt al een beetje.”
“Gewoon weten dat je niet de enige bent, helpt al een beetje.”
Terugkijkend ziet Lizz dat er veel mensen waren die haar hadden kunnen helpen. Niet omdat iemand tekortschiet, maar omdat signalen vaak niet worden herkend. “Als je niet weet waar je op moet letten, zie je het ook niet,” legt ze uit. Al waren er wel degelijk signalen. Ze verloor in vier maanden tijd dertig kilo, ging destructief met zichzelf om en verborg dat nauwelijks. Toch werd het niet opgemerkt of naar gevraagd. Volgens Lizz is het belangrijk dat er meer kennis komt over signalen van slechte mentale gezondheid en ingrijpende gebeurtenissen.
Wat jongeren volgens haar vaak tegenhoudt om hulp te vragen, is de cultuur waarin mentale problemen bij jongeren worden afgedaan als aanstellerij. “Alsof je aandacht zoekt,” zegt ze. Daarnaast speelt de thuissituatie een grote rol. “Als je nog thuis woont en bang bent je enige veilige plek te verliezen, ga je niet snel om hulp vragen.”
Daarom gelooft Lizz sterk in het belang van een anonieme plek om je verhaal te kunnen delen. “Alleen al vertellen wat je meemaakt kan opluchten,” zegt ze. “En anonimiteit voelt veilig, zeker als je nog niet klaar bent om het met mensen om je heen te delen.”
“Alleen al vertellen wat je meemaakt kan opluchten.”
Niet alles wat mensen tegen haar zeiden, hielp. Ze herinnert zich nog goed dat haar moeder, toen Lizz veertien was en een depressie kreeg, zei: ‘Alle tieners zijn wel eens verdrietig.’ “Dat deed veel pijn,” zegt ze eerlijk. Wat wel hielp, waren vrienden die zeiden dat ze altijd bij hen terechtkon, en dat ook echt lieten zien. “Dat gaf vertrouwen.”
Na jaren kwam er wel hoop. Een belangrijk moment was toen ze haar vriend ontmoette. “Hij luisterde, pushte niet en gaf me het gevoel dat hij echt gaf om hoe het met mij ging,” vertelt Lizz. “Dat iemand je begrijpt, maakt een wereld van verschil.”
De afgelopen jaren heeft Lizz veel geleerd over zichzelf: wat haar energie geeft, wat haar inspireert en hoe ze met emoties omgaat, die van zichzelf en van anderen. Misschien wel de belangrijkste les die ze heeft geleerd, is dat je nooit weet wat iemand doormaakt. “Vraag ernaar,” zegt ze. “Check bij de mensen van wie je houdt.”
“Steun zou normaal moeten zijn.”
Wat ze hoopt dat mensen meenemen uit haar verhaal, is dit: leeftijd zegt niets over hoe zwaar iets kan zijn. “Steun zou normaal moeten zijn,” zegt ze. “Maar veel jongeren weten niet waar ze die kunnen vinden.”
Aan jongeren die nu worstelen, wil Lizz meegeven:
“Je bent niet alleen. Zoek iemand die hier verstand van heeft, zoals een professional, die je kan helpen de juiste kant op te gaan. Het duurt misschien even, maar het komt goed.”
En tot slot haar oproep aan iedereen:
“Let op jezelf, maar ook op elkaar. Vraag hoe het écht gaat. En als je iets ziet wat niet klopt, durf het gesprek aan te gaan.”
Katja (27): “Ik heb meer veerkracht dan ik dacht.”
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals suïcidale gedachten, misbruik en depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl. of op Centrum Seksueel Geweld
Katja is 27 en blikt terug op een periode waarin geldzorgen, mentale klachten en onveiligheid door elkaar liepen. Door haar vorige relatie kwam ze in financiële problemen terecht en leefde ze maanden zonder geld. “Ik heb het uiteindelijk moeten vertellen aan mensen om me heen,” zegt ze. “Dat was echt moeilijk.” Sommige mensen reageerden boos, maar hielpen haar daarna wel praktisch, bijvoorbeeld met eten en boodschappen.
“Maandenlang had ik letterlijk niks”
Katja vroeg nooit om geld, dat vond ze te spannend. Na een paar maanden kreeg ze haar financiële situatie weer op orde en voorkwam ze schulden. Maar mentaal bleef het zwaar. “Het voelde vaak alsof ik er alleen voor stond.” Naast geldzorgen speelt er ook trauma en suïcidaliteit. Ook voelt ze zich nog steeds onveilig door een eerdere verkrachting, waarbij de dader binnenkort vrijkomt. “Dat gevoel van onveiligheid blijft gewoon.”
“Ik vond het moeilijk om toe te geven dat het niet goed ging.”
Voor Katja was vooral het erkennen dat ze hulp nodig had een grote stap. “Ik had vaak het gevoel dat het niet erg genoeg was, of dat ik het zelf moest kunnen oplossen.” In die periode ging het meerdere keren mis en deed ze meerdere zelfmoordpogingen. Dat maakte gevoelens van falen en uitzichtloosheid sterker.
Uiteindelijk kreeg ze hulp via hulpverlening en buurtteams, inclusief opname voor haar veiligheid en medicatie. Online zocht ze vooral praktische informatie over geldzaken en op moeilijke momenten contact met 113. “Dan hoopte ik gewoon even rust te voelen.”
“Ik dacht dat ik alles alleen moest doen.”
Hoewel er mensen om haar heen waren, vond ze het lastig om echt open te zijn. Schaamte en schuldgevoel hielden haar tegen. “Pas toen mensen het zelf ontdekten, ging er iets veranderen.” Wat niet hielp, was verwijt. “Boos worden over mijn geldsituatie maakte het alleen maar zwaarder.” Wat wél hielp: iemand die zei dat ze het niet alleen hoefde te doen.
“Ik heb meer veerkracht dan ik dacht.”
Katja ziet nu dat ze sterker is dan ze toen voelde. Ze leerde hulp accepteren, ook als dat moeilijk was. Signalen waren er wel, zoals zich terugtrekken en niet naar buiten gaan, maar die werden niet altijd gezien.
Wat ze andere jongeren wil meegeven: “Wacht niet tot het niet meer gaat. Je hoeft het niet perfect uit te leggen om hulp te mogen krijgen.” Over mentale gezondheid en geldzorgen zegt ze: “Mensen denken vaak dat je het zelf veroorzaakt hebt. Maar soms zit je gewoon vast.”
Henri (15): “Ik dacht: hoe ga ik hier ooit mijn plek vinden?”
De overstap naar de middelbare school is voor veel jongeren spannend. Voor Henri was vooral de eerste periode in de brugklas lastig. Alles was nieuw, hij kende niemand en hij moest zijn plek nog vinden.
“De eerste paar maanden waren best moeilijk. Ik kende niemand en alles was nieuw. Dat maakte me soms gespannen en zenuwachtig.”
Vooral de eerste sportdag en de eerste toetsweek vond hij spannend. De onzekerheid over hoe alles zou gaan en of hij erbij zou horen, zorgde voor veel stress. Gelukkig stond Henri er niet alleen voor. Zijn ouders en mentor merkten dat hij het moeilijk had en boden hem steun.
“Ik kon terecht bij mijn ouders en mijn mentor. Dat hielp wel. Ze luisterden naar me en dat gaf rust.”
Na verloop van tijd veranderde er veel. Henri maakte vrienden in de klas en voelde zich steeds meer thuis op school.
“Toen ik vrienden kreeg, ging het eigenlijk steeds beter.” Achteraf denkt Henri dat een buddy uit een hoger leerjaar hem in het begin had kunnen helpen. “Sommige scholen hebben een buddy voor brugklassers. Dat lijkt me eigenlijk wel fijn. Iemand die weet hoe het is en waar je vragen aan kunt stellen.”
Waarom jongeren niet altijd om hulp vragen? Volgens Henri speelt schaamte een grote rol. “Ik denk dat veel jongeren bang zijn om uitgelachen te worden.” Zijn ervaring heeft hem geleerd dat het juist belangrijk is om niet alles voor jezelf te houden.“Ik heb geleerd om niet op te geven en in jezelf te blijven geloven. Ook al is praten erover spannend, het helpt uiteindelijk wel.”
Aan andere jongeren die zich nu onzeker voelen of moeite hebben met de overstap naar de middelbare school wil hij graag meegeven:
“Praat erover en schaam je niet. Het wordt echt beter.”
Lisa (19): “Steeds opnieuw je verhaal doen is zwaar”
TW: Dit verhaal gaat over huiselijk geweld, onveiligheid en bedreiging. Lees alleen verder als dat goed voelt. Kijk op Veilig Thuis wat je kan doen bij een onveilige thuissituatie.
Lisa is 19 jaar en vertelt over haar jaren binnen de jeugdzorg, de zoektocht naar passende hulp en hoe moeilijk het kan zijn om je gehoord te voelen wanneer je hulp nodig hebt.
“Steeds opnieuw je verhaal doen is zwaar”
Lisa zit al meer dan tien jaar in de jeugdzorg en heeft al op veel verschillende plekken gewoond. “Dat wisselen en steeds opnieuw je verhaal doen is zwaar.” Inmiddels staat Lisa onder bewind en heeft ze een mentor. Omdat de hulp niet voldoende aansloot, besloot ze over te stappen naar een andere bewindvoerder en mentor. Uiteindelijk kwam ze terecht bij het Leger des Heils. “Hier werken echt fijne begeleiders die bereid zijn om je te helpen. Dat gaf voor het eerst in lange tijd weer een beetje vertrouwen.”
“Ik voelde me niet gehoord”
Lisa vertelt dat ze vaak machteloosheid en frustratie voelde wanneer hulp niet aansloot. “Moeilijke momenten waren er veel: machteloosheid als hulp niet aansloot, en frustratie omdat ik me niet gehoord voelde.” Vooral op haar negentiende voelde dat zwaar. “Zeker als je 19 bent en eigenlijk zelfstandig wilt zijn, voelt het extra zwaar als dingen niet lukken.”
“Het zwaarst was het gevoel dat ik er alleen voor stond, terwijl ik officieel wel ‘hulp’ had.” Ze vertelt dat het veel met haar deed dat ze moest vechten voor dingen die eigenlijk vanzelfsprekend zouden moeten zijn. “Dat je moet vechten voor basisdingen terwijl je al in een kwetsbare situatie zit, maakte me verdrietig en boos tegelijk. Op je 19e wil je vooruit, maar je zit vast.”
“Het voelde soms als zoeken in het donker”
Lisa wist niet altijd waar ze terechtkon voor de juiste hulp of informatie. “In de jeugdzorg krijg je wel namen en instanties, maar wat die precies doen en of ze bij jou passen is vaak onduidelijk.” Vooral de overgang naar volwassen hulpverlening maakte het ingewikkeld. “Zeker in de overgang naar 18+ wordt het extra verwarrend. Het voelde soms als zoeken in het donker.” Daarom zocht Lisa regelmatig online naar informatie. “Ik hoopte te vinden wat mijn rechten waren bij bewindvoering als je 18+ bent, en ervaringen van anderen.” Ze zocht ook herkenning. “Je zoekt bevestiging dat je niet de enige bent.”
“Echte hulp kwam pas toen iemand verder keek dan het dossier”
Lisa denkt dat sommige hulpverleners haar wel wilden helpen, maar dat regels en tijdgebrek soms in de weg stonden. “Achteraf denk ik dat sommige begeleiders wel wilden, maar vastzaten in regels of tijdgebrek.” De grootste verandering kwam toen iemand haar niet alleen als dossier zag. “Echte hulp kwam pas toen ik iemand trof die verder keek dan het dossier.”
“Als je één keer hulp vraagt en het loopt mis, doe je het de volgende keer niet meer”
Volgens Lisa houden schaamte en eerdere ervaringen veel jongeren tegen om hulp te vragen. “Schaamte, en de angst dat je niet geloofd wordt.” Ook het gevoel dat je een last bent speelt mee. “En het idee dat je ‘lastig’ bent. Vooral rond je 18e/19e, als je ‘volwassen’ zou moeten zijn.” Volgens Lisa kan anonimiteit helpen om die drempel lager te maken. “Als je anoniem je verhaal kwijt kunt, is de drempel lager. Je hoeft niet bang te zijn voor oordelen of gevolgen.”
“Luisteren zonder meteen met oplossingen te komen”
Lisa heeft gemerkt dat vooral echte aandacht en begrip verschil maken. “Wat hielp: Begeleiders die echt luisteren zonder meteen met oplossingen te komen.” Ze vond het belangrijk dat iemand eerst erkent wat ze doormaakt. “Die zeggen: ‘dit is kut voor je’ in plaats van ‘je moet positief blijven’.” Wat volgens haar niet hielp, was wanneer alle verantwoordelijkheid bij haar werd gelegd. “Horen ‘je moet zelf de regie pakken’ terwijl je net verdronk in alles.”
“Ik heb geleerd dat hulp vragen niet zwak is, maar juist nodig.”
Ondanks alles heeft Lisa ook veel over zichzelf geleerd. “Dat ik sterker ben dan ik dacht. 10+ jaar in de jeugdzorg overleven vraagt veel.” Ze heeft geleerd dat hulp vragen juist kracht laat zien. “Ik heb geleerd dat hulp vragen niet zwak is, maar juist nodig.” Ook weet ze nu dat ze keuzes mag maken als hulp niet werkt. “Ik mag wisselen van bewindvoerder als het niet werkt, ook als ik 19 ben.”
“Onder bewind staan op je 19e betekent niet dat je dom bent”
Lisa wil dat mensen anders kijken naar jongeren die hulp nodig hebben. “Dat ‘in de jeugdzorg zitten’ niet betekent dat je hulp krijgt die werkt. En dat onder bewind staan op je 19e niet betekent dat je dom bent.” Volgens haar betekent het niet dat iemand gefaald heeft, maar dat systemen ingewikkeld kunnen zijn. “Het betekent dat het systeem ingewikkeld is en je soms iemand nodig hebt die naast je staat.”
“We gaan dit samen uitzoeken”
Een belangrijk moment van hoop kwam toen Lisa bij het Leger des Heils terechtkwam. “Iemand die zei: ‘we gaan dit samen uitzoeken’ en het ook echt deed. Dat kleine moment gaf weer kracht.” Ze merkte hoe belangrijk het is om iemand naast je te hebben die blijft.
Lisa wil andere jongeren meegeven dat ze niet moeten stoppen met zoeken naar passende hulp. “Als je hulp niet goed voelt, mag je om andere hulp vragen. Je bent niet ondankbaar of moeilijk.” Haar belangrijkste boodschap: “Blijf zoeken tot je mensen vindt die passende hulp kunnen bieden. Ze bestaan echt. En hulp vragen mag. Altijd. Ook als je 19 bent.”
Niek (23): “Het moeilijkste was niet hulp zoeken, maar toegeven dat het niet goed ging.”
Niek is 23 jaar en woont sinds een paar jaar op zichzelf. Nadat hij stopte met zijn studie Visual Effects, ging hij op zoek naar wat wél bij hem past. Hij speelt in films, maakt muziek en is graag creatief bezig. Maar terwijl hij bezig was met zijn toekomst, stapelden de zorgen zich ongemerkt op.
Sinds hij op zichzelf woont, heeft hij veel stress over geld. Hij weet hoe sparen werkt en kent alle adviezen, maar in de praktijk lukt het hem niet om grip te houden op zijn financiën. Impulsieve aankopen geven hem even een goed gevoel, totdat de rekeningen binnenkomen. Tegelijkertijd voelde hij de druk om zijn toekomst uit te zoeken, terwijl ook de dagelijkse dingen zoals koken, schoonmaken en voor zichzelf zorgen steeds moeilijker werden.
“Ik dacht steeds dat ik dit zelf moest oplossen.”
Langzaam begon alles door elkaar te lopen. Zijn slaapritme verschoof, hij zorgde minder goed voor zichzelf en merkte dat hij vaker naar alcohol en wiet greep om zijn hoofd even stil te krijgen.
“Het gaf even een gevoel van ontsnappen, maar daarna kwam alles gewoon weer terug.”
Toch bleef hij lang denken dat hij het zelf moest oplossen. Hij wist waar hij hulp kon krijgen, maar de stap zetten voelde moeilijk. Niet omdat hij bang was voor de reactie van zijn ouders, integendeel. Hij wist juist dat zij er voor hem zouden zijn. Het lastigste was om tegenover zichzelf toe te geven dat het niet goed ging. Op een avond stuurde hij zijn moeder een lang spraakbericht waarin hij vertelde hoe hij zich voelde. De volgende dag belde hij de huisarts en zette hij de eerste stap richting therapie.
“Het moeilijkste was niet hulp zoeken, maar toegeven dat het niet goed ging.”
Terugkijkend beseft Niek dat die eerste stap het verschil maakte. Zodra hij zijn verhaal had gedeeld, merkte hij dat het steeds iets makkelijker werd om er ook met anderen over te praten.
Naast gesprekken met zijn ouders en vrienden probeerde Niek ook op andere manieren zijn gedachten te ordenen. Zo gebruikte hij soms een digitale gesprekstool om zijn gevoelens en gedachten onder woorden te brengen. Hij zag dit niet als vervanging voor echte hulp of gesprekken met mensen, maar meer als een manier om even zijn hoofd leeg te maken en dingen op een rijtje te zetten. Hij was zich er ook van bewust dat een chatbot geen mens is en dat informatie niet altijd betrouwbaar hoeft te zijn.
“Je kunt je verhaal kwijt zonder dat je bang bent voor een oordeel.”
Voor hem was dat een veilige eerste stap, al ziet hij het niet als vervanging van echte hulp. Juist de gesprekken met mensen die hij vertrouwt gaven hem het gevoel dat hij er niet alleen voor stond. Volgens Niek zit de grootste drempel voor veel jongeren in de acceptatie. Je wilt volwassen zijn, laten zien dat je alles zelf kunt en denkt dat je je problemen alleen moet oplossen. Zelf merkte hij ook hoe makkelijk het is om jezelf te vergelijken met leeftijdsgenoten die hun studie afronden, sparen of een huis kopen.
Daarnaast ervaart hij sociale media niet zozeer als een plek waar iedereen een perfect leven laat zien, maar vooral als een bron van eindeloze prikkels. “Je hoofd zit al vol met je eigen zorgen. Dan komen daar ook nog al die filmpjes, het nieuws en alle informatie bovenop.”
“Weten wat je moet doen, betekent nog niet dat het lukt.”
Dat geldt volgens hem niet alleen voor mentale gezondheid, maar ook voor geldzorgen. Mensen geven vaak praktische oplossingen, zoals een planning maken of spaarpotjes aanmaken. Maar weten hoe iets moet, betekent niet automatisch dat je het ook kunt.
“Soms heb je geen nieuwe tips nodig, maar iemand die eerst gewoon naar je luistert.”
Inmiddels voelt Niek zich gesteund door de mensen om hem heen en kijkt hij met vertrouwen naar de hulp die gaat komen. Hij probeert zichzelf eraan te herinneren dat herstel niet begint met alles oplossen, maar met eerlijk durven zijn over hoe het echt gaat.
Wat Niek wil meegeven aan andere jongeren:
“Durf het eerst aan jezelf toe te geven. Dat was voor mij de grootste stap. En vertel het daarna aan iemand die je vertrouwt. Je hoeft het echt niet alleen te doen.”
Maud (23): “Ik dacht dat ik gewoon moest volhouden.”
TW: Dit verhaal gaat over depressie en zelfbeschadiging. Sommige onderdelen kunnen confronterend zijn. Lees alleen verder als dat goed voelt. Hulp nodig? Kijk op 113.nl
Maud is 23 jaar en kijkt terug op de drie jaar waarin ze de opleiding tot docent aardrijkskunde volgde. Een periode waarin ze steeds meer merkte dat de opleiding veel van haar vroeg. Tijdens haar stages stond ze regelmatig voor groepen. Juist dat zorgde voor veel spanning. “Ik kreeg bijna iedere week paniekaanvallen door de opleiding.” Ze probeerde door te zetten, omdat ze dacht dat ze uiteindelijk wel zou wennen aan het lesgeven en de praktijk.
Later ontdekte Maud waarom deze situaties zoveel van haar vroegen. Drie maanden geleden kreeg ze de diagnose autisme. In combinatie met de werkzaamheden binnen de opleiding bleek het geen goede match te zijn. Uiteindelijk besloot ze een andere richting te kiezen: applied science. Daar heeft ze inmiddels een plek gevonden waar haar kwaliteiten beter tot hun recht komen.
“Ik stond vaak op de automatische piloot.”
Tijdens haar opleiding voelde Maud zich een groot deel van de tijd alsof ze op de automatische piloot leefde. “Ik was 90% van de tijd in mijn hoofd bezig.” De momenten waarop ze wel kon genieten, waren vooral de kleine momenten met vrienden, bijvoorbeeld wanneer ze met vrienden was en gewoon kon lachen of genieten van het moment.
De zwaarste momenten waren tijdens stages wanneer ze voor een groep stond die ze niet goed onder controle kreeg. “Ik was intens onzeker en had niet het gevoel dat ik de taak goed kon uitvoeren.” Ze voelde dat ze stevig in haar schoenen moest staan, maar had het idee dat ze dat op dat moment niet kon. Naast de druk van de opleiding speelde ook mee dat ze zichzelf steeds meer als een obstakel begon te zien. Ze wist dat dingen anders voelden voor haar, maar begreep nog niet precies waarom.
“Ik had vooral behoefte aan iemand die echt luisterde.”
Tijdens deze periode stond Maud op een wachtlijst voor de GGZ om therapie te krijgen en mogelijk meer duidelijkheid te krijgen over haar klachten. Die wachttijd maakte het moeilijk. Ondertussen sprak ze met haar toenmalige partner en studentcoach over hoe het ging. Toch voelde het soms alsof gesprekken weinig veranderden. Ze kreeg vooral het gevoel dat ze moest volhouden om haar opleiding af te maken. Wat ze eigenlijk nodig had, was professionele ondersteuning en iemand die echt met haar kon meekijken.
“Het gesprek waarin iemand mij vroeg of ik nog gelukkig was, veranderde alles.”
Achteraf denkt Maud dat haar studentcoach signalen had kunnen zien. “Ik zat daar vaak met tranen in mijn ogen.” Toch was het niet één groot moment, maar vooral een gesprek met haar laatste instituut opleider dat uiteindelijk de doorslag gaf.Die stelde haar een directe vraag: was ze eigenlijk nog gelukkig met wat ze deed? En zag ze zichzelf dit beroep nog jarenlang uitvoeren?
Het antwoord was duidelijk: nee. Na dat gesprek besloot Maud zich uit te schrijven voor de opleiding. Een moeilijke keuze, maar uiteindelijk ook een keuze die ruimte gaf voor iets nieuws.
“Zoek iets waar jouw kwaliteiten kunnen oplichten.”
In de periode daarna ontdekte Maud dat ze professionele hulp nodig had. Een paar maanden later kon ze terecht bij een praktijk en kreeg ze meer inzicht in zichzelf.
Ze ontdekte ook dat niet iedere opleiding of omgeving bij iedereen past. “Het is zo vanzelfsprekend dat je je studie gewoon afrondt, maar dat is niet voor iedereen de realiteit.” Volgens Maud weten mensen vaak niet welke obstakels iemand met zich meedraagt. Zelf heeft ze onder andere dyslexie, autisme en ADHD. Ze legt uit dat een neuro divergent brein anders werkt en dat dingen die voor anderen vanzelfsprekend lijken, soms veel meer energie kunnen kosten.
“Ben je op dit moment gelukkig?”
Aan jongeren die twijfelen over hun opleiding of toekomst wil Maud meegeven om eerlijk naar zichzelf te kijken. “Ben je op dit moment gelukkig? Word je enthousiast van het idee dat je dit beroep de komende jaren gaat uitvoeren? Als het antwoord nee is en je alles hebt geprobeerd wat je zelf kunt doen, stop dan met de opleiding.” Volgens haar betekent stoppen niet dat je hebt gefaald. Het betekent soms dat je op zoek gaat naar een plek waar jouw kwaliteiten beter zichtbaar worden.
Ze vindt het daarnaast belangrijk dat jongeren contact blijven houden met anderen, ook als ze zich terugtrekken. “De jongeren die bijna niets van zich laten horen, zijn vaak juist degenen bij wie het niet goed gaat.” Soms duurt het even voordat iemand zich veilig genoeg voelt om te vertellen wat er speelt. Voor Maud was het uiteindelijk belangrijk om te accepteren dat haar route anders mag zijn dan die van anderen. “Je weet nooit welke obstakels iemand onderweg tegenkomt. Niet iedereen krijgt dezelfde start of loopt dezelfde weg.”
Een campagne van Burgerkracht Limburg en is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Limburg